vrijdag 29 juni 2012

Singapore maakt ongeschikt voor de wereld

Singapore is veilig. Daar worden grapjes over gemaakt, zoals dat je niet te lang in Singapore moet blijven hangen omdat het je ongeschikt maakt voor het leven in de rest van de wereld. En dat is waar.

In Singapore loop ik om middernacht in mijn eentje door het grootste park van de stad om aan de andere kant op het verlaten metrostation de laatste trein naar huis te pakken.

In Singapore ga ik met Elsemieke naar de fonteinen op het centrale plein van het uitgaansgebied om in het water te spelen, en niet alleen hoef ik me geen enkele zorgen te maken over glas, sigaretten of andere smerigheid, maar ik zet mijn tas aan de rand van het plein neer en als ik een half uur later terug kom, staat die tas met portemonnee en telefoon daar nog onaangeroerd. 

In Singapore rijden alle taxi's op de meter en brengen ze je naar de door jouw gespecificeerde bestemming (als ze die kunnen vinden). Op het bonnetje staat de naam van het bedrijf, de taxi chauffeur en het identificatienummer van de taxi. Laat je dus je telefoon liggen, dan kun je die zo weer terug krijgen. En dat gebeurt ook echt. 

In Singapore kan S. 's ochtends in alle vroegte tussen de dronkaards door slaslommen wanneer hij gaat fietsen, zonder ook maar enig vertoon van aggressiviteit te zien. Ook niet als dronkaards elkaar de spaarzame taxi's afhandig trachten te maken. Er wordt zelfs niet gescholden.

Er zijn natuurlijk wel gevaren. Onze oven zit op grijphoogte voor E. Singaporezen hebben een geheel eigen interpretatie van verkeersregels, die niet strookt met hoe S. en zijn mede-fietsers in hun thuisland gewend zijn te opereren. In natuurparken wonen ook giftige slangen (vandaar dat de geasfalteerde paden erg populair zijn bij lokale wandelaars). En een drukke weg blijft een enge drukke weg als je die moet oversteken met een peuter, hoe veilig de stad verder ook is.

Maar in Singapore wacht iedereen op het stoplicht. Ook E. en haar leeftijdsgenoten. Die bovendien heel braaf op de brede, goed onderhouden stoep lopen.

Fysiek heb ik me nog nooit zo vrij gevoeld als in Singapore. 

Die fysieke vrijheid is te danken aan de overheid, die strenge wetten en regels hanteert met harde straffen. Dat is niet altijd zo geweest - ooit was Singapore een echte handelshaven, met de welvaart en de smerige onderbuik die erbij hoort. Maar na de onafhankelijkheid van Groot-Brittannie en de afscheiding van Maleisie (hier ben ik nog niet met biografie van Singapore, dus dit is de versie-in-vogelvlucht), braken er rellen uit in de stadstaat. Premier Lee Kuan Yew greep met harde hand in en regeerde Singapore de daarop volgende jaren streng en met het oog op rust, reinheid en economische groei. Dat is gelukt.

Toen mijn ouders in Singapore arriveerden was dat twee decennia na de rellen. Toen al had de stadstaat de onrustige tijden achter zich gelaten, hoewel het onder de oppervlakte nog wel borrelde en de herinnering aan 'vroeger' nog levendig was. Politieagenten waren zichtbaarder dan dat ze nu zijn. Maar Singaporezen zagen de veranderingen, en voelden het verschil tussen hun land en buurlanden als Maleisie en Indonesie. Lee Kuan Yew bracht geld, welvaart en veiligheid en kreeg respect, waardering en gehoorzaamheid.

In 2011 trad Lee Kuan Yew af als "Minister Mentor", de laatste post die bekleedde in het kabinet. Daarvoor was hij drie decennia premier en vervolgens bijna vijftien jaar "Senior Minister". Indonesie en Maleisie zijn met een inhaalslag bezig, om niet te spreken van de economische grootmacht China. Na een halve eeuw als glanzend voorbeeld van Zuidoost-Aziatisch kapitalistisch tijgerdom moet Singapore hard aan de bak om de eigen positie veilig te stellen. Het internet is rumoerig met meningen van Singaporezen, die de opkomst van de middenklasse in hun goedkopere buurlanden met argusogen volgen. Maar iedereen geniet van de veiligheid en de schone stad - niemand wil daadwerkelijk verhuizen naar Maleisie.

Ik was in Kuala Lumpur, de Maleise hoofdstad. "Hou je tas stevig vast", maande de douane-beambte, toen ik die neer wilde zetten om mijn paspoort te tonen. "Hoe duur een taxi naar het convention center is?" twijfelde de hotelreceptioniste. "Op de meter weet ik het niet precies, maar in ieder geval niet meer dan 20 ringgit zonder meter." (Op de meter - de vierde taxi wilde die dan wel aanzetten - was het 8 ringgit.) "Nee, je kunt niet 's avonds teruglopen", schrok een Maleise kennis via Facebook. "Je hotel is weliswaar niet in een slechte buurt, maar er wonen daar wel veel migranten." En, voegde ze toe: "Niet het water uit de kraan drinken, he!"

Singapore heeft mij ongeschikt gemaakt voor reizen in Zuidoost-Azie.



Dit is een kunstwerk van Botero. Deze vogel staat, getuige het eronder gemonteerde bord, voor inspiratie, sereniteit en vrede.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen