vrijdag 20 april 2012

Expat bestaan, rust in huis



Borneo, januari 2012

De belangrijkste reden waarom ons leven in Singapore fijner is dan ons leven in Nederland was, heeft niks te maken met waar ons huis woont. En toch vrees ik met grote vreze voor het moment dat we weer westwaarts zullen keren.

Singapore is schoon, veilig, van alle gemakken voorzien (zo kocht ik zojuist in de promotion van de Carrefour een chocolade Sinterklaas voor S.), kindvriendelijk, warm, groen en, inmiddels, gezellig. Een aantal van die dingen is Nederland meestal niet: schoon, veilig, kindvriendelijk en warm. Maar met die verschillen kan ik leven.

Singapore is ook klein - vele malen kleiner dan Nederland. Alles is 'hier'. Alles gebeurt 'hier'. (Zeker in ons geval, aangezien we boven het hipste uitgaansgebied van de stad wonen, op loopafstand van het winkelmecca). Dat heeft ook wel nadelen: alles is duur, want niks komt van eigen bodem en alles wordt geimporteerd. Maar het is wel mooi om in een wereldstad te wonen en de toeristen met grote ogen voorbij te zien paraderen (zeker als we met E. uit eten gaan in datzelfde hippe uitgaansgebied en de obers geen spier vertrekken maar aan komen draven met een kinderstoel en een plastic bord met bestek). Toch zal ik het ook wel heel prettig vinden om weer een speeltuin om de hoek te hebben en naar een kinderboerderij te gaan.

Wat ik wel zal missen, gruwelijk zal missen zelfs, is ons huidige stressvrije bestaan. Die zorgeloosheid is gebaseerd op twee pijlers, die in theorie in Nederland te repliceren zouden moeten zijn:

1. S. werkt zo dichtbij dat hij in een half uurtje naar huis wandelt (vijf minuten met een taxi). Het mooie: hij vertrekt op dezelfde tijd als in Nederland, komt thuis op dezelfde tijd als in Nederland, maar heeft wel twee uur langer gewerkt en hoeft de laptop dus niet meer open te klappen.

2. E. is 's middags thuis en drentelt om mij heen, terwijl ik boodschappen doe, de was in de machine gooi (en er weer uithaal), kook en opruim achter haar sloddervossenkontje. Als S. thuis komt, staat het eten klaar en zit E. daar vrolijk met twee handjes in te graaien om alle macaroni eruit te vissen. Of ze beschildert zichzelf met yoghurt. Maar als ze de deurklink hoort kraken, strekt ze haar armpjes uit en schreeuwt blij "papa!"

In theorie zou dit ook in Nederland moeten kunnen. Maar zo was ons leven niet, nadat E. geboren was en we allebei werkten. De wekker ging elke ochtend om zes uur af, zodat S. om zeven uur de deur uit kon naar Den Haag en ik mezelf en E. in een uur tijd waste, aankleedde, voederde en ondertussen duimde dat ze in hemelsnaam maar geen vieze luier zou krijgen want dan stond het hele strakke schema op losse schroeven. Ging het goed, dan leverde ik haar om acht uur bij het kinderdagverblijf af. Meestal was ze het tweede kindje. Soms het derde. Soms het eerste.

Om half vijf 's middags was S. kantoordag voorbij. Hij stapte in de auto, belde mij niet over mogelijke files (want ik raakte daar enorm gestresst van, juist op het moment dat mijn dagelijkse deadline in volle vaart naderde) en arriveerde meestal rond zes uur bij het kinderdagverblijf, een half uurtje voor sluitingstijd. E. was vaak het laatste kindje en strontchagrijnig, want moe en hongerig.

Thuis gooide S. een bakje babyvoer in de magnetron, parkeerde E. op een veilige plek met speeltjes en ging zich omkleden. Meestal kwam ik thuis als de magnetron pingde, precies op tijd om E. eten te geven. Na de maaltijd deed S. haar in bad, terwijl ik het volwassenmaal kookte en, als dat nodig was, ook nieuw in te vriezen baby-eten. Na het badje was het mijn beurt om met een warm flesje melk het wicht in slaap te soezelen, terwijl S. in de studeerkamer zijn mail checkte om te zien of er na vijf uur nog ontwikkelingen waren geweest (ja).

Rond half negen begon 'onze' avond. En rond tien uur was die weer afgelopen. Acht uur later begon het van voren af aan.

Dit is helemaal niet bijzonder. Dit is hoe ik het overal om me heen zag gebeuren. Dit is waarom de Hollandse eigenaren van Marmonfosse in de Vogezen besloten hun boel te pakken, kamer voor kamer een afgelegen landhuis te restaureren en een pension te beginnen - ook al hadden ze geen geld en twee kinderen. Als een kind langere dagen maakt dan de ouder, dan is er iets fundamenteel scheef, legde de vader mij uit. Ik merk dat in ons huis de rust is neergedaald, nu een van de twee - noodgedwongen - uit de rat race is gestapt.

Maar dit is geen pleidooi dat de helft van elk ouderlijk paar dan maar de baan moet opzeggen - een nanny, grootmoeder, tante, buurvrouw, au pair of gastouder kan voor precies dezelfde rust zorgen. En dan nog zijn er allerlei goede redenen waarom ouders liever kiezen voor een kinderdagverblijf dan hun nageslacht de hele dag in zijn piere-kindereentje thuis te laten zitten.

Dit is uberhaupt geen pleidooi. Ik heb geen antwoorden. Ik hou van mijn werk en ik mis het, heel erg, nog steeds. Maar de rust die in ons huis heerst is zalig en we hebben weer plezier met elkaar. Ook doordeweeks.

En nu moet ik eten gaan koken.



East Coast Park, maart 2012

3 opmerkingen:

  1. En dit is in al zijn ontroerende herkenbaarheid waarom ik mijn parttime status hanteer zolang het kan. Zodat we maar twee dagen in huize Kleijne hebben waarop het tredmolengevoel de overhand neemt. Hoe moeilijk ik dat soms ook op de werkvloer, uit emancipatieoogpunt en wat al niet meer vindt -ik ben blij met onze keuze voor die waardevolle rust in deze beginjaren waarin alles zo snel voorbij gaat. Ik hoop dat jullie straks een nieuwe vorm vinden -nu eerst je hart ophalen aan de voordelen van deze keuze!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ergens las ik dat met een kind, ook de gespleten persoonlijkheid van de moeder ter wereld komt. Voor mij geldt dat zeker: de rust is zalig, werken is heerlijk. Maar ik geniet van wat ik heb en soms lukt dat zelfs zonder al te veel gepieker :D

    BeantwoordenVerwijderen