dinsdag 27 maart 2012

Maids en helpers; of waarom spinazie ongewassen in het schap ligt

Vroeger hadden wij een amah, een hulp in de huishouding. In het huidige Singapore noemen expats die vrouwen "helpers" (en Singaporezen noemen hen "maids"). Ze komen meestal uit Indonesie of de Filippijnen, wonen in huis (meestal in het mini-kamertje achter de keuken naast de wasmachine), doen het huishouden, passen op de kinderen en/of de ouden van dagen, glimlachen altijd en zijn een geliefd onderwerp van gesprek.

Zo verzuchtte een expatmama aan het zwembad dat ze hoopte dat haar nanny (een uitwonende Singaporese vrouw die deze gewezen bankierster helpt bij de zorg voor haar baby en dreumes) snel klaar zou zijn met het inwerken van de helper. Inderdaad: de nanny heeft zelf een hulp in de huishouding. En de training van die dames wordt door Singaporezen bijzonder serieus genomen - zo hoorde ik van een andere toekomstige maid-werkgever dat ze een maand onbetaald verlof had genomen om haar verkozen hulp alle kneepjes van de keuken bij te brengen. Weer een ander had de helper bij haar eigen moeder afgeleverd om het dagritme goed in de vingers te krijgen. Een dergelijke drilltraining levert gefronste wenkbrauwen op bij de expat-werkgevers, maar die klagen weer over het gebrek aan eigen initiatief van hun huishoudelijke hulpen. En zo is er altijd iets om over te praten.

Maar deze maand ging het echt ergens over in de kranten en boven de koffiekopjes: de overheid heeft namelijk verordonneerd dat alle maids in Singapore voortaan een dag per week vrij moeten krijgen of, mocht de werkgever hen niet zo lang kunnen missen, worden gecompenseerd voor de extra dag werken. Dat is nogal een aardverschuiving: tot nog toe gaf slechts 12% van de werkgevers hun huishoudelijke hulp een wekelijkse vrije dag, becijferde de lokale krant Straits Times. De maids werken gemiddeld zo'n 14 uur per dag, van zes uur 's ochtends tot acht uur 's avonds - want tijd die ze niet hoeft te besteden aan huishoudelijke taken of oppas verplichtingen maar wel aanwezig moet zijn voor het geval dat - stand by als 't ware - telt natuurlijk ook gewoon als werktijd.*

Families maakten zich grote zorgen: wie gaat er nu voor opa zorgen? Wie haalt de kinderen van school? Wie zorgt er dat het eten klaar staat? Het Singaporese model gaat ervan uit dat familie voor opvang zorgt - grootouders voor kleinkinderen, kinderen voor behoeftige ouders, vrouw zorgt voor man en man zorgt voor het gezin. Maar in de huidige Singaporese maatschappij moeten man en vrouw allebei werken: dus wie zorgt dan voor kleine Kevin? En wie voor opa? En wie snijdt de stapel groenten voor de zondagse familiemaaltijd - een goede Chinese maaltijd kost uren voorbereiding - een paar helpende handen zorgt ervoor dat moeder de vrouw niet om vijf uur op hoeft te staan.

Het aantal huishoudelijke hulpen is in de afgelopen decennia explosief gestegen. In 2011 waren er ruim 200.000 foreign domestic workers of 175 per 1.000 huishoudens. In 2000 ging het nog om 100.000 maids.** Het takenpakket is in die tijd ook uitgebreid: vroeger ging het om schoonmaken en koken, in de huidige hardwerkende maatschappij komt ook een groot deel van de zorg op de schouders van de maid neer. Het is dan ook niet verwonderlijk dat met het afnemen van het toezicht (omdat de werkgever zelf ook werkt) de paranoia is toegenomen.*** Tot grote frustratie van de maids, maar ook van de regeringen van de herkomstlanden van deze helpers: in Indonesie ging gejuich op toen de nieuwe wet werd aangenomen.

De Tamtam-voorgangers gaven hun amahs al een vrije dag in de vroege jaren tachtig. En aan training deden ze niet, maar ook niet aan overspannen verwachtingen. Grootmoeder Tamtam verhaalde hoe een voorgaande werkgever van haar amah waarschuwde dat het meisje niet kon koken. "Onzin", foeterde Grootmama. "Ze kookte heerlijk. Chinees. Geen aardappelen of pasta. Maar die kon ik zelf ook wel in een pan gooien." Sowieso vond Grootmama dat de huidige maids wel een heel aanwezige rol spelen in het expatleven. "Als je niet werkt, zorg je toch gewoon zelf voor je kinderen. Dan hoeven ze toch niet mee naar de speeltuin om achter je kleuter aan te lopen."

Het is niet iedereen gegeven om zo'n georganiseerd en gevuld leven te leiden temidden van de chaos van vier kleine kinderen als Grootmama Tamtam. Zij is de originele supermama. (En waar de meeste jonge moeders hopen het anders te zullen doen dan hun voorganger, hoop ik maar dat ik het half zo goed voor elkaar krijg als zij.) Alleen boodschappen doen met meer dan twee kinderen op zak - dat kon zelfs Grootmoeder F. niet meer nadat ze terug kwam uit het helper-paradijs. En watermeloensap maken, dat deed ze ook niet meer. Eenmaal probeerde ze het nog, maar het ontpitten viel vies tegen: "Die liet ik er blijkbaar altijd uithalen door de amah." Waarop zij bij een juicebar E. een grote beker watermeloensap in de hand duwde. "Lekker he. Die kan je moeder ook zelf maken." Het is niet al goud wat daar blinkt aan Grootmoeder F. heiligenhalo.

Ps. Wij hebben geen maid. Wij wonen in een appartement-vormig hotel en hebben dientengevolge housekeeping die dagelijks schoon maakt en de afwas doet****. We koken zelf en E. gaat naar een kinderdagverblijf. Dat is in het dagelijks leven nog best lastig, omdat de maatschappij erop is ingericht dat we wel de flexibiliteit van een helper hebben. Maar we krijgen wel elke dag schone lakens en handdoeken. Ha.


* De minister benadrukte dat de maids wel degelijk genoeg rust gedurende de dag krijgen, slechts geen dag vrij om "mentaal op te laden".
** Er zijn ook Singaporese hulpen in de huishouding: die zijn echter vaak vele malen duurder dan hun migrantenzusters en veelal gespecialiseerd in hetzij verplegend werk, hetzij kinderopvang. De foreign domestic workers daarentegen zijn goedkoper, multi-inzetbaar en altijd bij de hand.
*** Een belangrijke angst van lokale werkgevers van hulpen in de huishouding is dat zij zich over zullen geven aan losbandig gedrag. De werkgever staat garant voor de maid, wat onder andere inhoudt dat de werkgever verantwoordelijk is dat de maid niet zwanger raakt. Gebeurt dat wel, dan is de kans aanwezig dat de werkgever zijn "borg" (om en nabij 5.000 sing dollar) kwijt raakt en de maid wordt gedeporteerd naar het thuisland.
**** Appartementen hebben hier geen afwasmachines. Men heeft een maid. Gerelateerd: spinazie is hier ongeplukt en ongewassen. Men heeft maids. Maar wij niet. Spinazie is irritant. (Maar wel lekker. Dubio!)

vrijdag 23 maart 2012

Repeating history: the little house next to the jungle

After six months, I still had not been back to our old house. (Sister F. on the contrary managed it on her first day in her Singaporean stop-over - there is some truth to the statement that less time makes for more efficiency.) So when brother W. joined our little Tamtam-gettogether, we all piled into a taxi and drove off for the past.

Unfortunately, the taxi driver could not find the spot. "Didn't it used to be off Sixth Avenue?" asked grandmother F. apologetically. "I think we just passed that." So grandfather Tamtam, who has a built in gps-system which works across the whole time-space continuum, guided the poor taxi driver back to the right cul-de-sac.

This is where four-year-old me told my surprised father, when he returned home from work to find me walking purposefully down the road, that "I was going travelling". I had a cardboard suitcase with cookies in it. In my mind the street had been wide, with tall grass waving slowly in the afternoon breeze. Sort of like a tarmacked road in the middle of an African savannah.

It turns out the reality is quite different.


In fairness, the lack of streaming light might have something to do with new houses built. When we lived there, it was in a white bungalow surrounded by a large garden. But as you can see, in that formerly wide open space now stands an imposing three storey house with a little clock tower blocking the sun from its smidgen of garden. 

Next to our house the jungle started. I was never ever allowed to walk down that way, because It Was Dangerous. I remember my father once stepping out of the jungle in the dark. It made him seem like superman.


Unfortunately, this also did not live up to my expectations. Even though there are still snakes (large ones) living there - as there are in most overgrown areas in Singapore. Those snakes snuck into our house a couple of times and scared the living daylights out of our helper (I was calmly sitting at the dining room table drawing, making sure my feet didn't touch the floor and feeling supremely safe on account of having short legs and therefore being out of danger). But no more! Even though we get ants and pigeons in our apartment on the 23rd floor, I am very happy to report that snakes appear to be landlocked.


In short: this trip did not trigger a single memory. In fact, I still retain all my original memories since my brain has not accepted the reality (and really, why should it? What good could it possibly do to exchange those halcyon days for some humdrum grown up existence?).

But I did take a picture with E. Here's us, repeating history, at Cassia Drive no. 40.


maandag 19 maart 2012

Safety moment

"Wacht even", zei S., toen ik door een rood stoplicht wilde oversteken. Hij keek een beetje zenuwachtig om zich heen, naar de ons omringende kantoorklerken. Ik keek hem niet-begrijpend aan: wij zijn toch Hollanders? En er kwam toch niks aan?

"Als mijn collega's me zien, dan kan ik daar enorm gezeik mee krijgen", legde S. uit. "Als ze een foto nemen en die laten zien tijdens een safety moment..." Hij blikte onheilspellend.

Het veiligheidsmomentje. Sommige bedrijven slaan daar een tikje in door. Zo was ik ooit op bezoek bij het Amsterdamse kantoor van Shell, alwaar voor, naast en boven de roltrap een bordje met hand en pijl hing: of ik de leuning stevig wilde vasthouden. De receptie had mij een pas overhandigd, die ik geroutineerd aan de man naast de roltrap wilde tonen. Neenee, schudde hij vriendelijk. "Maar houdt u wel de leuning van de roltrap vast zolang u erop staat?" Hij bleek dat tegen elke bezoeker te zeggen. Shell wil namelijk graag dat je de leuning van de roltrap vasthoudt. Vanwege de veiligheid. En dus huren ze iemand in om je daaraan te herinneren.*

S.'s huidige kantoorverschaffer doet niet aan dergelijke werkverschaffing, maar heeft wel graag dat elke meeting wordt geopend met een safety moment, waarin iemand een onveilige situatie memoreert (zonder helm op een bouwplaats lopen, bijvoorbeeld, of vergeten de veiligheidskabels vast te maken voor een hijskraan in gang wordt gezet) om alle aanwezigen scherp te houden.

Nu is het alleen zo dat S. op een kantoor werkt in de veiligste stad ter wereld. (De politie waarschuwt hier: Low crime doesn't mean no crime!) Dus kost het af en toe moeite om een nieuwe anecdote te vinden. En zo kan het zijn dat de ene collega de losse veters van de andere collega op de foto zet, om alle medewerkers aan het gevaar van struikelen te herinneren. Of dat er foto's worden genomen als je door een rood stoplicht loopt. Human resources vindt dat niet zo grappig als wij het vinden.

Zo fotografeerde S. laatst iemand die een tafeltje bezet hield door zijn blackberry te laten liggen (in Singapore werkt het zo dat als je een pakje tissues of iets dergelijks op een tafeltje legt, dat tafeltje vervolgens bezet is. Maar niet iedereen heeft altijd een pakje tissues bij zich, vandaar dat je, zeker in het zakelijke district, ook nog wel eens visitekaartjes, liftpassen en telefoons ziet slingeren). Ik was erbij, en ik moet zeggen: mijn vingers jeukten om het ding te jatten. Niet dat ik een blackberry nodig heb (met dank aan broer W. die zijn eigen telefoon hier heeft achtergelaten! Ik ben weer helemaal smart!), maar het ding lag er zo verleidelijk vrijpostig knipperend bij. Ik heb mij beheerst, maar een opgeluchte S. had wel een anecdote voor de volgende vergadering.

Weer achter zijn bureau rinkelede S.' telefoon. HR had een paar vragen over het safety moment. Of het een eigen medewerker was geweest, die van die telefoon? Of S. echt heel zeker wist dat het niet een eigen medewerker was geweest? Dat het hier wel om company property ging, waar heel wel company data op zou kunnen staan, dus dat het heel belangrijk was dat dit gedrag niet onopgemerkt voorbij ging. HR overwoog om met de HR van de omliggende kantoren te overleggen om een algemene HR-waarschuwing uit te doen gaan, want HR wist zeker dat de andere HR's dit ook helemaal niet zouden kunnen waarderen. De schuldige moest worden gevonden en ter verantwoording geroepen. Of S. een beschrijving kon geven? Waarschijnlijk iemand van een bank, had hij gezegd?

Arme S. Hij wilde gewoon weer aan het werk.

En wat zegt hunk Zac op het omslag van een tienerblad? "Remember kids, safety comes first!"


* In het Singaporese kantoor van Shell, waar ik regelmatig kom omdat het boven een nabijgelegen mall-met-supermarkt is gevestigd, staat niet zo'n mannetje om je aan de leuning te herinneren. Het zijn toch altijd weer die Hollanders die tot de orde moeten worden geroepen.

woensdag 14 maart 2012

Mini-break at Changi Village

We at Manor Tamtam are lucky to combine many wonderful qualities under one roof. Planning is not one of them. So although we had known for quite a while that Father and Mother Tamtam would have a Weekend To Themselves to Loiter In Faraway Places while the grandparents looked after Tiny Tamtam, we hadn't actually arranged for anything as mundane as flights or hotels.

But our good qualities include the ability to improvise (this would be S.) and the ability to enjoy the new, smaller, much less exciting plan while casting the original plan in such a light that, really, the new one is much better (this would also be S.). S. leads a charmed life. I am trying to learn from him.

So: we were supposed to go to Bali and climb a vulcano. What we ended up doing: go to Changi Village, just beyond the Singaporean airport, and cycle on nearby Pulau Ubin.

It was lovely.

We stayed at the Changi Village Hotel, which is a very clean and well-thought out design hotel. The beds were wonderful, so the first couple of hours were spent sleeping. We needed a rest, after all the wonderful bread and mountains of cheese and bottles of wine we had had at a Canadian-and-French couple's lunch while the rain came crashing down around the wooden shelter surrounded by faux-classical statues and palm trees at their condo.

After our nap, we headed out to the street where there were numerous food courts and small restaurants. It was busy, being Saturday evening, and lots of children running around and families unwinding and laughing and enjoying the food. A surprising number of Indian people wandered around in colourful, intricately patterned clothing, the women with jasmine flowers in their hair.

Changi Village is in the east of Singapore. First you pass the airport, than some grassy hills, then some small black-and-white houses, more grass, more hills and then there's this tiny HDB estate with people meandering around, the smell of the sea and very little traffic on the one main road. At one end stands the hotel with opposite the jetty where the ferry to Pulau Ubin leaves, on the other side there's more grass. 

In the evening orange traffic cones with flickering lights were put on the road and children could rent electric cars to drive around them. We saw a very fierce girl passing other children right and left mostly without hitting them - a future race car driver. A bit further, on the empty basketball court, there was a band playing classic pop and soft rock songs with men and women with head dresses looking on. We walked along the boardwalk in the moonlight, past lots of picknicking people and fishermen with small tents. Some shops were open and we bought red-bean-cookies, all of which I ate while watching Tinker Tailor Soldier Spy in bed with S. Neither of us got the gist of what was happening, but it looked very pretty. And the cookies were delicious.

We missed breakfast the next morning, having decided that sleep was the luxury we were looking forward to most. And it was indeed amazing, to wake without outside help and without any pressing need for leaving the bed - which we didn't. Not for a long time.

Not until we decided it was time to go cycling on Pulau Ubin, where there is a mountain bike park full of trails. We found the track and I re-discovered my fear and loathing of mud in combination with steep inclines. But then the track softened into a hillside path with lovely views of quarries and jungle and it turns out there are people out there who are either more scared of sand and mud and stones than I am or more adventurous as shown by their attempt tackle said mountain bike park on a tandem bike. So I wasn't the laughingstock I had feared, while S. was elevated to god-like status in his swift and nimble ascent and descent on the scary and steep cycle route. 

We sat on logs looking out over the sea, I once again demonstrated my utter lack of geographical ability by locating a previous viewpoint 180 degrees opposite of its actual location, we talked about Important Stuff and we decided we would not go either swimming or smuggling, due to the very large fence built into the sea on the Malaysian side. 

We did get sunburnt, we did have a fight, we made up, we did our bit for romance by cuddling on the bumboat and we weren't bitten by mosquitoes. (Well, no more than usual.) Afterwards we had dinner at the food court and cookies at the 7-11 and we went home, where E. was very happy to see us. 

All that, marveled S., and we never even had to leave the city! 

maandag 12 maart 2012

De smaak van vroeger: red bean paste

"Wat doen jullie allemaal?" vroeg zus F. belangstellend over de skype aan het bezoek in huize Tamtam.
"Eten", antwoordde oma F. "Heel, veel eten."

Het allereerste dat ik op Singaporese bodem at, waren spring rolls: kleine, Chinese loempiaatjes die je in zoete chilisaus doopt. Ik had geluk: ze waren heerlijk knapperig en licht, precies zoals ik ze van vroeger herinnerde en waar ik iedere keer weer op hoopte als ik bij de Vietnamees zo'n lange lap lauwloene filodeeg bestelde. Ik heb het hele mandje in mijn eentje verorbert (dit was voordat E. goed kon kauwen, en S. was na drie weken eenzaam verblijf in de Tropen vergeten hoe snel ik precies kan eten als ik iets echt heel lekker vind).

(courtesy of Nairaland Forum)

Een paar dagen later heeft S. mij mee genomen naar een dim sum-restaurant, waar allemaal gestoomde balletjes rijst, deeg, groente en vlees werden geserveerd. Denk aan: broodjes bapao, dumplings, ravioli en tortellini - maar dan Chinesig. Volgens mijn moeder liep ik vroeger likkebaardend achter de voortrijdende stoomkarretjes aan. Dat was niet veranderd.

Ook E. houdt erg van dim sum, vooral de chicken bao van lokale gigant Tim Sum. Er is een heldere correlatie tussen gerechten waarvan E. ontdekt dat ze die lekker vindt en zaken die vaak in huis worden gegeten, dus als we heel lui zijn (jaja, als ik heel lui ben dus) dan halen we bij het food court op de terugweg van het kinderdagverblijf chicken bao's en eten die als lunch.

(courtesy of yo-china.com)

Soms probeer ik ook nieuw eten uit - dat ik dan soms allang blijk te kennen. Zoals de red bean bao. En de mung bean bao. Die bao's lagen uitgestald op het ontbijtbuffet, tussen het fruit, de yoghurt, sla, worteltjes en broccoli, mie, toast, kaas, ham, rijst, sate, kippensoep, croissants en chocoladebroodjes. Ik laadde mijn bordje vol, zette mij in de zetel, nam een voorzichtige hap van de red bean bao en sperde mijn ogen open.

Dit was de smaak waar ik al jaren naar op zoek was. De smaak waarvan ik tien jaar geleden in de VS besloot dat het dan wel Newton's Fig Cookies geweest zou zijn - al hield ik altijd dat knagende gevoel dat het toch net anders was dan ik me herinnerde. Minder lekker. Ik had dat aan het idealiseren van de kindertijd geweten. Aan dat iets nooit meer zo lekker kan zijn als die allereerste keer.

Onzin, naar blijkt. Mijn tempo ging een versnellinkje hoger. (De mie en croissant-voor-de-zekerheid lagen er wat verloren bij, totaal genegeerd op mijn bordje.)

S. keek verbouwereerd toe. "Vind je dat echt lekker?" informeerde hij voorzichtig. Hij besnuffelde de andere bao die nog op zijn bordje lag. Zijn neus rimpelde een beetje. Voorzichtig zette hij zijn linkersnijtand in het broodje. Maar red bean paste is niet aan hem besteed. Hij legde het broodje weg.

Ik hield me in. Zeker anderhalve seconde. "Hoef je niet meer?" vroeg ik nog voor de vorm, terwijl het broodje al in hoog tempo voorbij mijn voortanden richting de malende kiezen schoof. S. schudde zijn hoofd. E. probeerde nog een hapje te pakken te krijgen, maar als goede moeder beschermde ik haar vingertjes tegen het malende geweld van mijn kaken. Suiker is helemaal niet goed voor kleine kindjes.


(Courtesy of belachan2)


woensdag 7 maart 2012

Singaporeans do things differently: taxi fares and availability

This is the second installment of how taking taxis in Singapore differs from, well, anywhere else.


The Dutch government once upon a time tried to organize road use in such a way that those causing most of the damage and the pollution, would also pay most. Sounds logical, doesn't it? Well, there was a very strong and effective movement which made sure it never happened.  


In Singapore however it does exist and it's called "electronic road pricing" or ERP. It's the taxi drivers bane of existence (and probably the bane of existence of all motorized vehicle drivers, but I don't know that many people with a car), about which they love to talk endlessly, while recounting fond memories of times before ERP when taxis - so I understand - rode all over Singapore for the price of a plate of chicken rice.


(Interlude: today I met a taxidriver who had taken a taxi from Amsterdam to Schiphol, back in the Nineties. He assured me that the meter ticked faster than he could blink and while he was watching his heart rate went up accordingly, until he had to pay about 80 guilders - not adjusted for inflation. "It was less than twenty minutes, lah", he said, marvelling at the memory. "Singapore still not so expensive!" This seems a healthier perspective than the morose taxi driver a few days ago who told me on the subject of Ikea: "You pay small price, yes, but still not free, lah.")


Singaporean taxi fares are like a box of chocolates: you never know what you're going to get.  This is not because the taxi drivers make up their own minds, on the contrary, it's because they stick to the rules very closely. It's just that for mere mortals, following the rules and calculating the fare has become the stuff of PhD-theses. Maths PhD-theses. 


Us mere mortals have to relie on the cabbie, who in turn relies on the little black box which spits out a seemingly random number at the end of the drive, which definitely does not bear any resemblance to the three numbers ticking happily along on the way. I have tried combining and dividing these numbers, or multiplying them in various ways and shapes, but I have not ever managed to come up with the right fare before the little black gave me the correct answer. (Admittedly, "head counting", as we Dutchies like to call it, has never been my strong suit.) For those who would like to have a go anyway, you can find all the proper prizes and surcharges here.


My interest lies elsewhere. All the different surcharges have had an effect on the availability of taxis as well - causing them to be a scarce commodity, just when I need them most, such as when it rains. And E. has bronchitis


See, a lot of these surcharges have to be paid, whether there's a client in the cab or not. If the taxi driver's on his own, he has to pay himself. And since the actual fares are not that high at all (which you notice if you take taxis to get to mummy coffee breaks at 11 am or mummy tea appointments at 3 pm) and taxi drivers rent their cars, it stands to reason they don't make heaps of money. (If you'd like to know where the endless stream of bank notes that leaves my wallet, ends up, ask the taxi drivers. It's usually a good starting point for a nice monologue.)


So, the taxi drivers don't like to get slapped with all these surcharges any more than their customers do - and when without client they avoid them by simply not coming into town. Instead they circle around the heartlands until somebody wants to go into town badly enough to pay all the extra charges. Or they wait until they get a call or text requesting a taxi - in which case there's yet another surcharge of 3 dollars, of which the taxi driver gets to keep a fair part. 


This explains why there are no taxis during rush hour or when it rains or, really, anytime really when I am desperate to get myself into a taxi. Because chances are all of them have already left the city with passengers quicker than I was, and are now circling around, waiting for me to give in and book them.


Thing is, I really don't know how yet. This whole texting a taxi - it's just way to technologically advanced for me. 


So I take the bus instead. 


I love Singaporean public transport, I honestly do. But that's a subject for another day - must not leave myself without subject matter! (Also, must start dinner in order to slow down E.'s mutation into a screaming little tornado. She's the opposite of a gremlin: must have food, must be dunked in water. Otherwise, mutation.)

dinsdag 6 maart 2012

Spannende zaken: OCBC Challenge, bezoek, hoge hakken

Huize Tamtam is momenteel enigszins druk met een invasie van liefdevolle familieleden. Met name de kleine Tamtam lijkt overdonderd door de vloedgolven van aandacht die zij bij elke beweging op zich af voelt rollen (en soms ook als ze stilletjes ligt te slapen), maar zij slaat zich hier vrouwmoedig doorheen en heeft duidelijk besloten deze plotseling hoorn des overvloeds ten volle te benutten (om niet te zeggen: "uit te buiten").

Daarnaast heeft vrouwe Tamtam een Gesprek met Chef van een Internationaal Persbureau en is zij daar erg zenuwachtig over. (Al is reeds luid en duidelijk gecommuniceerd dat er momenteel geen vacatures zijn, maar zij gaat ervan uit dat dat voor de vorm was.) Vrouwe Tamtam heeft zich dan ook opgedirkt in haar zwarte jurkje met de veelkleurige ritsen (van het infame "mag ik even aan je ritsen zitten"-incident op een rondvaartboot) en gaat daarbij haar zwarte killer Fred-de-la-Bretonniere-hakken dragen: zowel omdat zij op dit hoogstandje van ergonomie daadwerkelijk kan lopen als omdat deze wondertjes van elegantie haar afbladderende teennagels bedekken. Nu nog mascara en Hermes' Un jardin sur le toit en als er dan geen baan materialiseert, had ze toch met een vrouw moeten afspreken - die de getrooste moeite wel op waarde kan schatten.

Man Tamtam heeft het dan weer helemaal niet druk op het moment, pardon, hij heeft wel veel te doen maar geen deadlines, wat in het adrenaline-afhankelijke huize Tamtam meestal tot breinkortsluiting en vervolgens lichte apathie leidt. Waarna de deadline als vanzelf volgt. (Al moet worden gezegd - toegegeven - dat Man Tamtam eigenlijk best wel goed zichzelf kan motiveren.) 

Maar man Tamtam moet ook uitrusten, want afgelopen zondag werd hij 20e (van de duizenden!) bij de OCBC Superchallenge, waarbij hij 60 km lang Aziatische knieen en ellebogen moest ontwijken in het donker (de start was om 4.55). Man Tamtam staat in het eerste rijtje

Man Tamtam is een held. Met een medaille!

vrijdag 2 maart 2012

Singaporeans do things differently: health care

Warning: this is a long post! For proper advice on emergency healthcare in Singapore, please read this comprehensive and wonderfully informative post by the Bostonian Expat.

Dutch healthcare ranks among the best in the world in almost all areas - except that of communication with the patient. Non-Dutch patients tend to feel the doctor is not paying enough attention and are bewildered by the general consensus that if you're not squirting blood everywhere or turning blue in the face, it's probably best to "see how it develops in the next few days". This means they send you home. 

Without any type of medication, I hear those bewildered non-Dutch people ask. Not even some kind of placebo, just to put your mind at ease? The answer is no, dear care-expectant foreigners, not even a fake sugarpill will they prescribe for you. Dutch healthcare is of the tough-love school. They send you home without any type of medication - or even a follow up appointment. You may call again if it doesn't get better. (Though they will allow you to take a common painkiller. You know, if the pain really gets too bad at night. But don't call before morning.)

Well, this is not how it works in Singapore, fellow Dutchies. Over the course of several of E.'s coughing attacks (which generally last for about a month), some eye and ear infections, and a couple of unidentified rashes which caused child care panic (she is prone to heat rashes, we live in the tropics, you do the math - but the child care centre likes to have doctor's letters backing my diagnosis up before they let her back in the door) I have done some anthropological fieldwork in the comparative study between the Dutch and Singaporean systems.

Appointments
E. has a pediatrician here instead of sharing my general practitioner as she did back home. I can call them anytime within office hours (yes! I can get beyond the answering machine after noon and speak to an actual human being!) and they usually will arrange for a same day visit. I might have to wait for a bit (like an hour) - but then that's no different from back home. And since it's a baby and child clinic the waiting room is filled with toys, so E. feels right at home. And they have glossy magazines that are only a few months out of date instead of several years and if you're early enough there even might be today's newspaper! 

Other visitors
Since I've been told Singaporeans only get eight weeks of maternity leave (counting from when the baby's born) and five annual sick days to take care of a child, I expected to see a waiting room filled with helpers. But that's not the case. Maybe we go to an expensive clinic (I wouldn't know, I just picked the nearest one the insurance covered) but almost all children are accompanied by either a dad or a mum or even both (usually when it concerns a tiny baby). There are helpers in the waiting room - in that case the parent gets to read the glossy magazines (lucky her!)(the men pretend to have important business calls).

Hearsay and self diagnosis
"I hope you don't mind me saying so, but it looks as if your daughter could be hyperflexible", a mummy in the waiting apologetically commented. That would interfere with E.'s walking. So I asked the doctor (since I was there anyway, for immunizations this time) and she referred me to an orthopaedic surgeon. I was in shock: hearsay being taken seriously! Back home, whenever I tell the doctor that according to Google I might have cancer, they just roll their eyes. Yes. Visibly.*

Insurance coverage
So I called the surgeons office, made an appointment, showed up on time to be informed that my insurance would not cover visits to that particular hospital. However, the next day he would be practicing at another hospital, which the insurance did cover, so if I was willing to wait? 

This would never happen in the Netherlands - insurers might offer "incentives" such as shorter waiting lists if you go to their preferred clinics, but they wouldn't dare actually denying you reimbursement. 

On the other hand, I only had to wait for a day, and it all happened within a weeks' time of the original appointment at the pediatrician's. That also would never happen back home. (E., it turns out, is flexible, but not hyper. Although sometimes we find that hard to believe.)

Medication
I went to the clinic to get one of my "really she's healthy now let her back into school"-letters. "No medication?" the assistant checked while handing me the letter. I shook my head. She didn't let go of the letter. "No, really, no medication?" No no, I smiled. She tried to stare me down. I snatched the envelope out of her hand and made a run for it before she could fill my bag with little brown white-labeled bottles.

Singaporeans love their medication. At this point in time E.'s medicinal cupboard consists of:

- dentinox (to soothe teething)
- otrivin (nasal spray, two bottles)
- tussikind (homeopathic cough medicine)
- bisolvon (cough medicine)
- wood's (cough medicine)
- mucosolvan (to solve mucus)
- ventolin (to open up airways)
- paracetamol as pills
- paracetamol as pink sirup
- singulair (to open up airways)
- an inhaler 
- nebulizer medication
- saltwatermix for the nebulizer

They made us give back the actual nebulizer itself, spoilsports. And I just threw out a bottle of Zyrtec, some antibiotics and a bottle of Kaloba. 

The amount of medication I have fed my sixteen month old baby boggles my mind - and even so, we try to minimize it by lowering dosages as soon as she seems to be getting better.

But what's even more mind boggling to me, as a cynical Dutch care consumer: I have to take everything they tell me on fate because the medication is handed to me WITHOUT any kind of explanatory or cautionary leaflet. So of course, Google is our friend. (And, as usual, a very two-faced friend it has turned out to be!)

On the other hand, every single one of those medications as well as the medical equipment was handed to us in the clinic itself. So no calling around to "homecare centres" or visiting pharmacies a minimum of two hours later to enable them to label the bottle properly and to prepare a lecture on how the doctor prescribed one thing but really it should be another thing and would I please read the accompanying leaflet very carefully as they are not clairvoyant and would prefer not to be held accountable.

Follow up appointments
These are the bane of my existence and the reason that, on average, I spend one afternoon a week at the clinic. I calculated this and it seems to be an actual fact, rather than a figure of speech to exemplify my exasperation. 

Advertisements
The clinic advertises with an immunization package offering a discount if you get all the necessary ones done at their place. They even throw in a free chickenpox one! Back home, immunizations are considered a matter of public health. Insurance has to cover it, no questions asked. This is a tiny window into a truly liberalised healthcare system, where clinics and hospitals compete on price.

As we have lovely wide-ranging expat insurance, I haven't had to research local insurance and so come up against the reality of liberalised healthcare. But the murmurs I've heard on Singaporean forums give the impression it might be either a time consuming or a money consuming task to get yourself and your family healthy. Rather like finding the right flight for the right price.

It's not all different
The Singaporean system is one of the best in the world, according to the WHO, and definitely scores above the Dutch system in terms of communication and listening to the patient (well, its mummy anyway). It takes a bit of getting used to, I find, all this friendliness and attention. E. even gets a little bag of nibbles to take home!

But however many times I might have been, I still feel reluctant to call in between appointments. The fear of seeming like a hypochondriac or inconveniencing the doctor who'd obviously be much better employed doing life-saving type stuff, instead of listening to my low grade whining, is just too deeply ingrained. But when I do pluck up the courage (or get so badly sleep deprived that medicating E. with dozens of syrups and pills seems preferable to nature taking its course) the doctors and nurses are just really lovely.

E. however is not blinded by all this niceness: she might play her heart out in the waiting room, she might munch happily on crackers on her way out, but she still screams from the top of her lungs while inside the doctor's office.

So maybe we shouldn't worry so much about her lungs after all.

*And quite rightly so. The last time I came in for a cervical cancer check I turned to be pregnant with E.