maandag 20 februari 2012

Aquathlon - zondag op het strand

Ik ben niet laatste geworden in de Metasprintseries Aquathlon van zondag. Ik was ook niet eennalaatste of tweenalaatste of zelfs drienalaatste. Nee. Ik was 33e van de 153 deelnemers aan de mini-afstand (dat is geen poging tot valse bescheidenheid maar de officiele benaming), 11e van 76 vrouwen en 9e van mijn leeftijdscohort (16 tot 39 jaar oud, 55 vrouwen).

Dit is de transitie - hier zette ik mijn hardloopschoenen en broek klaar om aan te trekken na het zwemmen. En mijn bril natuurlijk.


Een aquathlon is een race in twee delen: eerst zwemmen, dan rennen. Mijn afstand, de mini, bedroeg 250 meter zwemmen en 2,5 km hardlopen. Ik had bewust de aller- allerkortste afstand mogelijk genomen, want ik leg de lat graag laag bij een eerste poging. Het doel was dan ook om niet laatste te worden. Dat is dus gelukt.

De vorige - en enige andere - keer dat ik aan een race meedeed, wilde ik ook niet laatste worden. Toen werd ik eennalaatste. Toen moest ik 100 km over Luxemburgse bergen fietsen (wat ik had getraind door van Utrecht naar Eindhoven te fietsen. Een keer.) Deze wedstrijd hoefde ik niet te fietsen, wat wellicht de verrassend mooie uitslag verklaart. (In april is de run-bike-run, dus dan kan ik die theorie testen.)

S. en E. waren meegekomen naar het eiland Sentosa om mij aan te moedigen. S. stijl van aanmoedigen kan een tikje directief overkomen. "Die 479, die moet je pakken", adviseerde hij, een hand nonchalant over het stuur van de kinderwagen gedrapeerd. Nu had ik die 479 toevallig al een keer eerder ontmoet, bij een voorbereidende workshop (gedurende welke ik in anderhalf uur tijd driemaal de gehele afstand van de aquathlon had afgelegd, waarna ik vol vertrouwen in de goede afloop de afgelopen week eigenlijk niet meer had getraind). Tijdens die workshop had 479 mij in een grote bak stof doen bijten, toen zij fier op de terugweg van het rondje lopen de nog op de heenweg sputterende mij met kalme stem bemoedigend had toegesproken.


Ik schoof dus een eindje van haar weg, richting de andere nerveuze, voluptueus gebouwde deelneemsters. Vrouwen waarvan ik hoopte dat ik ze bij zou kunnen houden als we eenmaal in zee zouden liggen.



Het startschot miste ik, afgeleid als ik was door de vraag wie dijen had die even wit, lillend en net zo verwoest door cellullitis en muggen waren als die van mij (antwoord: niemand). Achter het pak aan hopste ik het water in, zoals mij tijdens de workshop door de zeer welgebouwde Tom was uitgelegd. Links en rechts schoten vrouwen mij voorbij, terwijl ik al crawlend voortploeterde tussen de schoolslagmeisjes. Bij het verlaten van het water was het ontmoedigend rustig om mij heen.

(S. zag een andere race dan ik: "Je had een fittie in het water", zei hij trots. "En je won.")

De overgang naar rennen viel me alleszins mee, niks geen wapperbeentjes, gewoon een beetje hobbelen. Ik nestelde mij achter een pezige Singaporese die er flink de pas in zette, en toen zij stil viel, liep ik met gezwinde spoed verder. Links en rechts haalde ik mannelijke deelnemers in (okay, eentje links en eentje rechts. Maar toch).



Dat was een tikje overmoedig - toen ik dacht dat ik de laatste meters insloeg, stond om het hoekje een bord met het halfweg-teken. Maar toen ontwaarde ik in de niet-zo-heel-verre verte 479. En 479 liep helemaal niet zo hard. Van lieverlee ging ik iets harder lopen. En nog ietsje harder. En toen, we waren er toch vast bijna, nog maar ietsje harder.

Ik heb haar niet ingehaald. Ze passeerde vijftien meter voor mij de finishlijn, genoeg tijd voor de organisatie om het finishlint op te rapen en opnieuw voor mij omhoog te houden. (Dat is best leuk, trouwens, door zo'n finishlint heen lopen.) Zij was 2e van haar leeftijdscohort (40+).

"Je had haar makkelijk kunnen hebben", analyseerde personal coach S. achteraf. "De volgende keer moet je vooraan starten bij het zwemmen en ook zo'n pakje aan doen." Hij keek mij nog eens kritisch aan. "Volgens mij ben je ook helemaal niet moe."



Daarna hebben S. en E. en ik de rest van middag aan de rand van het strand op een stukje beschaduwd gras gelegen, de Sunday Times gelezen (ik), geslapen (S., niet E.), zandkastelen gebouwd, hondjes ge-aaid en aan het eind van de middag beach volleybal gespeeld met S.' collega's die ook naar Sentosa waren gekomen.



E. was het allersmerigste en allerblijste wezentje op het hele eiland.

1 opmerking:

  1. lang niks meer gelezen, nu toch wel onder de indruk van zo'n geweldige prestatie van een moeder zoals jij Katrijn die dat zomaar lukt, zo hard lopen en zwemmen!
    Geweldig!
    Thiel

    BeantwoordenVerwijderen