maandag 27 februari 2012

Het regent, het zegent in Singapore

Nederlanders praten veel over het weer, schijnt. Nu is er in Singapore ook weinig om over te praten. Overdag: 30 graden, vochtigheidsgraad van 85%. 's Nachts: 29 graden, vochtigheidsgraad van 85%. Als het een dag bewolkt is, slaakt men een zucht van verlichting. Als er dan ook nog een fluks briesje staat, wrijven de Singaporezen in hun handen: "Nice weather, lah."

Maar van regen moeten ze dan weer niks hebben. De paraplu's die een uur eerder nog tegen de zon werden gebruikt, worden dan tegen de regen opgestoken. En het zijn grote paraplu's: toen ik met mijn kleine Hema-pluutje de straat overstak, was ik aan de overkant drijfnat. Want regen is hier geen sproeiend wolkje, maar bestaat uit grote bakken hemelwater die over de stad worden uitgestort.

Meestal met onweer. Want Singapore, vanwege de ligging aan zee tussen twee golfstromen in en met zijn hoge luchtvochtigheid, is de lightning capital of the world, met gemiddeld om de dag een onweersbui.

Kijk, zo ziet een doorsnee buitje eruit: 



Ik was onderweg van huis naar kinderdagverblijf - en ik moest die witte brug oversteken. Een sprintje had geen zin, want elke druppel die raak kletst, is goed voor een doorweekt kledingstuk (en met 30 graden draag ik er niet zoveel). Ik was dus te laat. 

Gelukkig is "caught in the rain" hier een geldig excuus - te vergelijken met de open brug van vroeger. Want wat ik ook al wel eens heb gehoord, toen ik opmerkte dat het bij ons droog was: "Really? But in East Coast it's raining.

De totale oppervlakte van Singapore bedraagt 683 vierkante kilometer, net iets groter dan de Noordoostpolder, aldus Wikipedia. Maar te controleren zijn zulke opmerkingen niet, want met een kwartiertje is alle grondvochtigheid weer in de lucht opgenomen.

vrijdag 24 februari 2012

Territoriumdrift in huize Tamtam

S. moest zijn man cave opgeven toen E. werd geboren. Hij had zijn territorium in ons oranje-paars-met-rood-geaccentueerd huis duidelijk gemarkeerd: witte muren, beige tapijt, aftands rolgordijn, een enorm bureau met een eveneens enorm flatscreen en twee witte Billy-boekenkasten vol snoeren, wielen, pokerchips, een mini-versie van een Porsche en andere naar testosteron geurende parafernalia. 

Dat hielp allemaal niks: er kwam blauw tapijt, een blauwe muur, blauw-groen gestreepte gordijnen en zelfs de plinten werden geschuurd en geverfd (overigens de duurste uitgaaf van de hele baby-uitzet, want gezien de ouderdom van het huis en de vele huurders voor ons moest dat uiteindelijk door een profi Poolse schilder worden gedaan). We zetten er de antieke babywieg in, de witte Ikea-Hemnes en hingen, per ongeluk, een Lack-boekenplank op originele wijze op ("Zo goed bedacht!" zei het bezoek). De voormalige man cave transformeerde tot mooiste kamer van het huis.

Nu wonen we in een appartement met twee slaapkamers, eentje voor ons, en eentje voor E, en een woonkamer voor ons allemaal. Maar na vier maanden blijkt iedereen toch stiekem piketpaaltjes te hebben geslagen om eigen terrein te veroveren. 

Zo mocht S. ter linkerzijde van ons bed een eigen man cave inrichten met fiets en pomp en wat al niet verder nodig is om zijn wielerhart sneller te doen kloppen. Zijn fiets staat daar, maar de was ook, en er is geen bureau voor zijn computer, dus heeft S. zijn speurend oog op de bank in de woonkamer laten vallen inclusief - natuurlijk - alle vier de afstandsbedieningen en padjes van de twee X-boxen. E. demonstreert:

Man cave

E. zelf ondertussen lijkt haar net wijd te hebben geworpen met een spoor van spul dat zij achter zich trekt: 


Ook haar eigen slaapkamer ziet er zo uit, met knuffels en doeken en kleding verspreid door de kamer, terwijl zijzelf daar tevreden op haar tandenborstel kauwend tussen zit. (Als dat klinkt alsof het makkelijk is om haar tanden te poetsen, dan is het goed om hier het verschil te visualiseren tussen "een bever die op een boomstam knaagt" en "alle tandjes egaal met tandenpasta bestrijken".) 

Toch is dat niet het territorium dat E. voor zichzelf heeft uitgezocht. Nee. Haar favoriete plaats in het huis bevindt zich ter rechterzijde van de ouderlijke sponde, om precies te zijn: in S. kledingkast.


De kast heeft een lampje dat vanzelf aan gaat als je de deur open trekt (wij leven inderdaad een luxueus jetset leven, dat mag u best weten). Het is dus enorm geestig, om, als je zelf in de kast zit, de deur eindeloos open en dicht te duwen. 

Baby cave

Ook ik heb een stukje huis afgebakend, al mag ik het hier niet oranje, dan wel blauw of paars verven. Maar ik kan er wel blauwe mandjes en kleurige schaaltjes met Nuttige Zaken (sleutels, munten, deurstoppers in oranje, geel en paars, paperclips en tissues) neerzetten en decoreren met glossy tijdschriften en een roze telefoon. Ha.

Woman cave

Nee, niet de keuken. Foei.

woensdag 22 februari 2012

Singaporeans do things differently: wedding photos

"There's another one at the bathroom stalls", I reported to S. "That makes four, doesn't it?" We were spending Sunday at the beach after my surprisingly swift aquathlon, surrounded by hordes of impressively beautiful people (required at Sentosa's Tanjong Beach) who were playing beach volleyball, some other families with kids like ourselves hiding on the grassy outskirts, lots of very kind and apparently potty trained dogs, one rabbit on a leash and four couples taking wedding photos. When the late afternoon sun coloured everything golden, some more white-clad women and suited men appeared on our horizon.

Tanjong Beach, wedding couple to the left, beach volleyball players to the right. Bonus: just ahead of the wedding couple, there's a guy walking a tightrope.

This wasn't the first time our Sunday-outing had been accompanied by the click-click of wedding photography. While we wove our way through Singapore's Botanic Gardens some weeks ago, beautifully dressed couples were waiting their turn to take pictures at the little bandstand on the hill. And when we climbed to the top of Fort Canning Park there were people posing at the faux Gothic gates. 

Yes yes, I hear you think, loads of white dresses at picturesque locations. So what else is new? Well, for one thing, the locations aren't necessarily picturesque as you can see in the picture below:


That big containership is not a one off - Singapore is surrounded by them (well, it does vie with Rotterdam for being the largest harbour in the world) as you can see in the next picture:


Also, Fort Canning Park has its fair share of rock concerts (Judas Priest, Roxette, Death Cab for Cutie, to name just a few), requiring large white tents and big stages to be constructed just behind the earlier mentioned Gothic gates. Not very pretty, I would think, but the photographers and happy couples soldier on.

"They edit it out", explained a more knowledgeable expat. She'd had her family's picture taken right there at Sentosa. "Not just the ships, the palm trees too." Apparently the natural Singaporean foliage isn't quite photogenic enough to merit inclusion. This was confirmed by a Singaporean beach volleyball player, who'd overheard our admiration of the wedding couples (S. maintains that my focus on bridal clothing is a sure sign of an utterly superficial mind. But he has promised that one day I'll get to wear that dress too). "A lot of people go to Taiwan to have their wedding pictures taken", volleyball lady said. "It's the nearest place with nice natural backgrounds."

This threw European me. We generally do the whole lot, hair, make-up, ceremony, photos, drinks, dinner, party in one very very busy day (afterwards usually described as  "rushing past"). So how does a trip to Taiwan fit in? First you have the ceremony, then you jet off to Taiwan, then back in time for the party that evening? Do you have the wedding dinner on the plane?

"No lah", the lady smiled benevolently. "You don't take the pictures at the wedding day. You take them before." Hair, make-up, dress - no problem. Apparently the photographer's team not only lights you to your best advantage and afterwards edits you into your most gorgeous self, but also takes care of your hair and make-up, and if so desired, even arranges several different dresses for you to take the pictures in.

After thinking it through, I realized that this actually makes perfect sense. Why go through the hassle of having a photo shoot on the same day as your actual wedding? Worse, why would you wait until after the ceremony? It'll leave you worried about your dress, it'll cramp your style because you can't laugh and nobody may kiss you for fear of messing with your make up. It tightens the schedule considerably and what are all your guests going to do while you have your picture taken? Who will manage all the introductions and make sure the right people meet and, more importantly, the wrong ones don't?

If the point is to have a beautiful picture of you two at the pinnacle of happiness, it makes sense to turn it into a lovely outing for the two of you, where you are pampered and beatified by specialists and don't have a care in the world. And if you're pampering away, why not tack on a couple of days to enjoy a romantic weekend break to Taiwan, Malaysia or Paris? I think even the frugal Dutch would approve of such an efficient way of combining relieve from wedding stress with actually getting things done.

Unfortunately, the Tamtams got themselves registered in Europe, before realizing the superior Singaporean way. There was no photographer, but father Tamtam was kind enough to take this picture:



It captures us perfectly, I think, and it was a gorgeous, lovely day with sun and cake and family.




That doesn't mean I've forgotten S.'s promise about the dress though.

maandag 20 februari 2012

Aquathlon - zondag op het strand

Ik ben niet laatste geworden in de Metasprintseries Aquathlon van zondag. Ik was ook niet eennalaatste of tweenalaatste of zelfs drienalaatste. Nee. Ik was 33e van de 153 deelnemers aan de mini-afstand (dat is geen poging tot valse bescheidenheid maar de officiele benaming), 11e van 76 vrouwen en 9e van mijn leeftijdscohort (16 tot 39 jaar oud, 55 vrouwen).

Dit is de transitie - hier zette ik mijn hardloopschoenen en broek klaar om aan te trekken na het zwemmen. En mijn bril natuurlijk.


Een aquathlon is een race in twee delen: eerst zwemmen, dan rennen. Mijn afstand, de mini, bedroeg 250 meter zwemmen en 2,5 km hardlopen. Ik had bewust de aller- allerkortste afstand mogelijk genomen, want ik leg de lat graag laag bij een eerste poging. Het doel was dan ook om niet laatste te worden. Dat is dus gelukt.

De vorige - en enige andere - keer dat ik aan een race meedeed, wilde ik ook niet laatste worden. Toen werd ik eennalaatste. Toen moest ik 100 km over Luxemburgse bergen fietsen (wat ik had getraind door van Utrecht naar Eindhoven te fietsen. Een keer.) Deze wedstrijd hoefde ik niet te fietsen, wat wellicht de verrassend mooie uitslag verklaart. (In april is de run-bike-run, dus dan kan ik die theorie testen.)

S. en E. waren meegekomen naar het eiland Sentosa om mij aan te moedigen. S. stijl van aanmoedigen kan een tikje directief overkomen. "Die 479, die moet je pakken", adviseerde hij, een hand nonchalant over het stuur van de kinderwagen gedrapeerd. Nu had ik die 479 toevallig al een keer eerder ontmoet, bij een voorbereidende workshop (gedurende welke ik in anderhalf uur tijd driemaal de gehele afstand van de aquathlon had afgelegd, waarna ik vol vertrouwen in de goede afloop de afgelopen week eigenlijk niet meer had getraind). Tijdens die workshop had 479 mij in een grote bak stof doen bijten, toen zij fier op de terugweg van het rondje lopen de nog op de heenweg sputterende mij met kalme stem bemoedigend had toegesproken.


Ik schoof dus een eindje van haar weg, richting de andere nerveuze, voluptueus gebouwde deelneemsters. Vrouwen waarvan ik hoopte dat ik ze bij zou kunnen houden als we eenmaal in zee zouden liggen.



Het startschot miste ik, afgeleid als ik was door de vraag wie dijen had die even wit, lillend en net zo verwoest door cellullitis en muggen waren als die van mij (antwoord: niemand). Achter het pak aan hopste ik het water in, zoals mij tijdens de workshop door de zeer welgebouwde Tom was uitgelegd. Links en rechts schoten vrouwen mij voorbij, terwijl ik al crawlend voortploeterde tussen de schoolslagmeisjes. Bij het verlaten van het water was het ontmoedigend rustig om mij heen.

(S. zag een andere race dan ik: "Je had een fittie in het water", zei hij trots. "En je won.")

De overgang naar rennen viel me alleszins mee, niks geen wapperbeentjes, gewoon een beetje hobbelen. Ik nestelde mij achter een pezige Singaporese die er flink de pas in zette, en toen zij stil viel, liep ik met gezwinde spoed verder. Links en rechts haalde ik mannelijke deelnemers in (okay, eentje links en eentje rechts. Maar toch).



Dat was een tikje overmoedig - toen ik dacht dat ik de laatste meters insloeg, stond om het hoekje een bord met het halfweg-teken. Maar toen ontwaarde ik in de niet-zo-heel-verre verte 479. En 479 liep helemaal niet zo hard. Van lieverlee ging ik iets harder lopen. En nog ietsje harder. En toen, we waren er toch vast bijna, nog maar ietsje harder.

Ik heb haar niet ingehaald. Ze passeerde vijftien meter voor mij de finishlijn, genoeg tijd voor de organisatie om het finishlint op te rapen en opnieuw voor mij omhoog te houden. (Dat is best leuk, trouwens, door zo'n finishlint heen lopen.) Zij was 2e van haar leeftijdscohort (40+).

"Je had haar makkelijk kunnen hebben", analyseerde personal coach S. achteraf. "De volgende keer moet je vooraan starten bij het zwemmen en ook zo'n pakje aan doen." Hij keek mij nog eens kritisch aan. "Volgens mij ben je ook helemaal niet moe."



Daarna hebben S. en E. en ik de rest van middag aan de rand van het strand op een stukje beschaduwd gras gelegen, de Sunday Times gelezen (ik), geslapen (S., niet E.), zandkastelen gebouwd, hondjes ge-aaid en aan het eind van de middag beach volleybal gespeeld met S.' collega's die ook naar Sentosa waren gekomen.



E. was het allersmerigste en allerblijste wezentje op het hele eiland.

vrijdag 17 februari 2012

It's all about E.

Serious Request continues op Singapore Tamtam! Na het uitvogelen van het Aziatische wasserette-fenomeen en een expeditie naar de noordoostelijke hoek van ons leefgebied, is het de beurt aan de familie-roep om "meer foto's van E. (van jullie mag ook natuurlijk)".

E. heeft zich, tot mijn stomme verbazing en met verwaarloosbare hulp onzerzijde (hoewel S. wel vaak piano voor haar speelt), op de rijpe leeftijd van 15 maanden ontwikkeld van een oerbehoeftig baby-alien tot een herkenbaar menswezen. Jawel, wij kunnen inmiddels met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zeggen dat zij toch echt een mensje is. 

Kijk maar:


Zij is bovendien een mensje met een Mening. (Nee, geen idee van wie ze dat heeft.) Die Mening verkondigt zij luidkeels en uitgebreid, maar vooralsnog zonder daadwerkelijke woorden. Gelukkig is E. ook inventief als het gaat om haar bedoeling duidelijk te maken: met enige regelmaat neemt zij mij de hand en brengt zij mij naar de kamer waarvan zij denkt dat er bepaalde dringende activiteiten moeten worden uitgevoerd. Soms helpt ze ook alvast met het uitzoeken van de daarvoor benodigde hulpstukken (keuken en pan; slaapkamer en voorleesboek; badkamer en stop voor het bad). 

Dat wij weinig met deze opvoeding te maken hebben, blijkt wel uit het feit dat E. veel netter is dan wij zelf zijn. Wij eten nogal eens op de bank, zeker nu S. 's avonds tot laat doorwerkt, maar E. weigert te eten als niet aan de volgende vier eisen is voldaan:

1. Aan tafel
2. In de kinderstoel
3. Met de slab om 
4. In gezelschap van alle in huis aanwezige volwassenen (je gaat toch niet in je eentje eten? Quelle horreur!)

E. eet nog steeds goed, met een grote voorkeur voor pasta, broccoli, quiche en kokossauzen. Ze probeert alles, en als het op ons bord ligt zelfs twee keer. Zo heeft ze recent, toen ik het volwassen maal aan het bereiden was, tot tweemaal toe getest of een handvol versnipperde ui en knoflook lekker is (nee). Yoghurt is nog steeds favoriet, niet in het minst omdat het ook zo decoratief is:


Je kunt E. dus ook rustig ergens mee naar toe nemen (geholpen door het feit dat Aziaten geen probleem hebben met een ingenieus spreidingspatroon van rijstkorrels danwel pastasaus over hun voorheen smetteloze restaurantvloer). Soms zijn wij dus ladies who lunch:


Slapen kan ze ook, zo'n 11 tot 12 uur per nacht, mits haar hoest (ze heeft nu bronchitis en een vernevelaar, maar die moeten we vanmiddag teruggeven aan de kliniek) haar daar niet van weerhoudt. Wat overigens niet betekent dat ze er ook altijd zin in heeft - soms moet ze, onder koerend ouderlijk toezicht, zin maken.

E. loopt graag, hoewel bij voorkeur aan mama's hand. Dat is bijzonder prettig en praktisch. Behalve als we thuis zijn en ik Iets Anders wil doen dan van kamer naar kamer wandelen (we hebben een drie-kamerappartement. Dat verveelt, op den duur, wel een beetje). Dus heeft E. nu een winkelwagentje om mee te wandelen:


Mocht E. een toekomst ambieren als bag lady, dan is zij goed op dreef: haar winkelwagentje bevat niet alleen nep-versies van boodschappen, maar ook The corrections van Jonathan Franzen (ik kwam er niet doorheen, en als verzwarend element is het toch nog nuttig), mijn afgebroken brillenpoot, twee knuffels, een telefoon, een vel met stickers en wat gekleurde rietjes. 

Het kan ook zijn dat E. danseres wil worden, maar die foto's zijn gezien hun compromitterende aard (het was zaterdagochtend, het was warm, we rolden net uit bed) niet geschikt om hier te plaatsen. E. is nog immer uitermate lenig en legt zichzelf met enige regelmaat in spagaten en splitten. Ze staat ook graag op haar tenen. Dan kan ze namelijk net bij het onderste knopje van de lift, toevallig net het enige knopje waar je geen sleutelkaart voor nodig hebt om daar te komen. (Sorry, lieve mede-bewoners, het is inderdaad onze schuld dat de lift altijd in de parkeergarage beland.)

Er zijn ook een aantal dingen waar E. (nog steeds) niet van houdt: vreemde mensen die haar aanraken, deeg voor brood of pizza, hoesten, papa die naar werk gaat, mama die computert, babysnoepjes die opraken en een dichte koelkast. Dan laat zij haar ongenoegen luidkeels blijken en indien er een ander menswezen binnen bereik is, door te slaan en te bijten. (Oma F. had een vermoeden van wie ze dat heeft.)


Maar, zoals vertrekkend vriendin A. opmerkte: "At this age, it's all about distraction."



woensdag 15 februari 2012

The washer people of Singapore have gone underground

As many people have assured me over the years my brain works in mysterious ways. "Spaghetti-phrasing", the professor charged with the thankless task of keeping my thesis within reasonable boundaries, used to call it. He meant that thoughts and sentences would seamlessly morph into other thoughts and sentences, circle back, wander off, pick some strawberries on the way and as often as not come to sensible conclusion.

I like to call it "associative thinking", or "the fountain of all creativity".

All this is to explain why, when mighty media woman S. asked about doing laundry in Singapore (this itself a tangent of her own frustrations with the effects Guatemalan washing had on her wardrobe), I suddenly started wondering about the naming of MRT-stations in Singapore. (MRT stands for Mass Rapid Transport, the Singaporean equivalent of the London Underground or the New York Subway.) I was associating.

At walking distance from our house on the edge of Little India stands Dhoby Ghaut MRT-station, built in 1987 to service the North-South or red line, the very first in Singapore. Now it's the largest station on the island, interconnecting the North-South line with the North-East or purple (also "our") line and the Circle or yellow line. Dhoby Ghaut is a hindi term, meaning "place of the washermen".

In Mumbai there is also a (very famous) dhoby ghat:


It is the place where washermen work and live. All hotels in Mumbai get their laundry done here, as do most of the millions of middle class and up Mumbaikers. Apparently the dhobi whallas have such an intricate way of signing the clothing in order to get it all back to the original owner on time, that murder investigations have been solved by detecting the laundry tag. In the middle you see the cement basins in which they do the laundry and the sound they make while slapping sheets and other textile items until they're dry would definitely answer mighty media woman S.'s enquiries into the how and why of the speedy deterioriation of her unique fashion investment pieces.

However, that is not what Dhoby Ghaut in Singapore looks like:


Obviously, on top of Dhoby Ghaut is a mall (Singapura Plaza to be exact). Not only that, but Dhoby Ghaut is built at the very start of Orchard Road, the shopping Mecca of the Far East (although sources tell me that if you want cheap or trendy stuff, you really should head over to Hong Kong). Just to be completely clear on this: there was no laundromat, washerperson or any type of textile cleaning in sight.

So I wondered: why is this MRT station called after an Indian laundry ghetto? I called the Land Transport Authority, where a very nice woman answered the phone and directed me onwards to the superb National Archives. (I am In Love. Expect much more on Singaporean history forthwith.)(Also, expect my use of idiosyncratic and quite possibly often wrong use of outdated English words to upsweep.) 

Long, long ago, which means at least a few decades, there used to be stream next to Little India, where the Singaporean Indians live. Next to this stream, which now has been properly regulated into Stamford Canal, there was a grassy bank. The next bit you've probably already guessed: this is where the Indians would do their washing - hence this area was known as dhoby ghaut, the place where the washing gets done. 

Times have changed. Every morning a woman comes by our apartment, asking for our laundry. Out the front door a truck awaits the arrival of the laundry bags to take it to high tech laundromats (or so I imagine, since there isn't enough space on this island to wash and dry our daily sheets - yes you read that correctly, daily - by hand). However, this truck does not receive our clothing, because we'd have to pay per item for the laundering and we are Very Cheap. So we do our own laundry:


Sometimes, if I'm not paying enough attention and E. has been playing around, we boil our clothing. Surprisingly, there have been no ill effects so far. Also, sometimes we use the dryer, thereby lengthening the laundering process by a couple of hours. E. enjoys this tumbling motion very much. However, she also enjoys helping me by spreading the clean laundry about the house, thus innovating my boring, old-fashioned ways of simply hanging the stuff:


This is the view from our bed. Huh, so where do you keep your bicycle then?

maandag 13 februari 2012

Zo ziet het eruit - de noordoostkant

Uw webteam kreeg recentelijk klachten over een overmaat aan aandacht voor de vierkante millimeter van de Singaporese maatschappij met als gevolg een gapend gebrek aan overzicht van het leven in huize Tamtam. Met name beeld werd node gemist. Nu is het zo dat de - geheel niet misselijke - elektronische verzameling van huize Tamtam recent is verrijkt met een digitale spiegelreflexcamera (een DSLR, voor wie dat ooit in het Engels moet benoemen - handig als je net als mevrouw Tamtam een fotocursus probeert te boeken en je camera moet benoemen). Dus organiseerde uw webteam fotografische tocht langs de noordoostelijke zijde van ons leefgebied: Fort Canning Park.*

Fort Canning Park is gesitueerd op een heuvel rondom een reservoir. Mevrouw Tamtam loopt hier hard, want zij hoopt dat de vele treden het gebrek aan daadwerkelijke lengte van de ronde goedmaken. U treft ons hier op tweederde van de klim:


Voor de goede orde: al wat hier te zien is aan pad, bestaat uit treden, dus ook het witte gedeelte. Huize Tamtam is gevestigd in het rode gebouw op de achtergrond.

De vegetatie wijkt enigszins af van die in het Tamtam geboorteland. Bij gebrek aan seizoenen verliezen bomen en planten op willekeurige momenten hun blad, en bloeien zij naar eigen inzicht: 



Aangezien huize Tamtam midden in het centrum ligt, volgt daar logischerwijs uit dat Fort Canning Park ook midden in het centrum ligt. En dat is ook zo:



Tussen het groen slingert de Singapore River, met aan de ene zijde Clarke Quay en de bungee-ball, en aan de andere zijde Central Mall met halverwege 'rooftop bar' Helipad. Dakterrascafes zijn het summum van cocktails drinken in Singapore. Vader en moeder Tamtam zijn hier nog nooit geweest. (Wel in de screening room in Chinatown, overigens.)

Ook huize Tamtam zelf is te zien vanuit Fort Canning Park - weliswaar niet de bewuste balkons, aangezien die zich aan de zuidelijke zijde bevinden, maar wel de rode bakstenen toren met afgeronde hoekjes waarvan uw webteam na uitgebreid onderzoek en overleg heeft besloten dat het toch daadwerkelijk het aller- aller- allerlelijkste gebouw van de hele stad moet zijn. Afkomstig als mevrouw Tamtam is uit Eindhoven, voelt zij hier zich dus zeer wel thuis.


Tja, helaas, zelfs de camera was niet van zins scherp te stellen op ons onderkomen.

Dit is daarentegen het lievelingsgebouw van uw webteam, de voormalige politiekazerne en tegenwoordige galerij van kunstgalerien. Getrouwde stelletjes woonden in kamers met luiken, ter vergroting van hun privacy, terwijl ongetrouwde kerels aan de binnenzijde van het gebouw hokten aan de galerij.


Uw webteam werd, als altijd, terzijde gestaan door de lieftallige E. die minutieus het wandelpad schoon hield door verdwaalde blaadjes, takjes en steentjes terug te dirigeren naar de perken waar zij horen:


E. vindt er overigens niks aan, al dat gefotografeer.


Maar dat is dan heel jammer voor haar.

De zuidoostelijke zijde was al eens aan bod gekomen. Het grasveld dat de rivier idyllisch omzoomt op de laatste foto is inmiddels verdwenen achter grote schuttingen. Ook het grasveld zelf is verdwenen, kunnen wij zien vanuit ons apartement, want daar wordt een metrostation aangelegd.

vrijdag 10 februari 2012

Kerstboom in de koffer

S. houdt van kerstbomen. Hij ziet zichzelf al zodra december aanbreekt met E. op een keukentrapje staan om de glanzende piek op het hoogste punt te plaatsen en handenvol engelenhaar over de groene takken uit te strooien. Hij hoort hoe wij gezamenlijk op harp en piano "stille nacht heilige nacht" ten gehore brengen. Hij ziet de lichtjes glanzen in E.'s grote blauwe kijkers.

Maar S. is een tikje ongeorganiseerd, vandaar dat deze fantasien met name eind december de kop op steken, ruimschoots te laat om een decente kerstboom in huis te halen. Laat staan in het tropische Singapore. En dit jaar gingen we met vakantie naar Cambodja om pas na aanvang van het nieuwe jaar terug te keren. Dus schoot ik, zoals elk jaar, S.' droom rucksichtlos aan flarden. "Als jij een boom wil hebben, dan regel je die zelf maar."  

In S. grote blauwe ogen verzamelde zich de treurnis van de wereld. Zijn zucht deed de pagina's van de pianoboeken opwaaien. Zijn vingers zetten de klaaglijke noten van Yesterday in (dat kan hij namelijk uit zijn hoofd spelen). In mijn borstkas klonk zachtjes "krak". 

De volgende dag sloeg ik bij Spotlight, een Australische keten voor handwerkfanaten, vilt, tule, wol en kerstballen in. Want het is natuurlijk onzin om twee dagen voor vertrek nog een dennenboom om te hakken, te importeren en vol te hangen met versiersels. Maar als we die boom mee zouden kunnen nemen, dan hadden we er nog anderhalve week lol van. 

Dus heb ik een kerstboom in elkaar geklust. En ik moet zeggen, eigenlijk ben ik behoorlijk trots op mijzelf. Men neme een stuk beige vilt (bij gebrek aan de kerst-groene variant, die natuurlijk ook al wekenlang uitverkocht was) en knippe dat in de vorm van een kerstboom. (Handig! je kunt op beige vilt de omtrek tekenen met potlood!) Idem de tule (het is wel praktisch als de tule en vilten boom ongeveer dezelfde vorm hebben - ik liet mijn tule versie zelfs iets buiten de vilten versie uitsteken). 

Vervolgens stikke men de twee lappen stof aan elkaar met dikke groene wol, zodat het net lijkt op van die hippe zomen. (Handig! Noch vilt, noch tule rafelt, dus er is geen enkele reden om echte zomen te gaan leggen!) Men neme enkele zeer dunne latjes, breke die in de juiste lengte (of, voor de mensen die wel een zaag en schuurpapier hebben, men zage en schure die latjes op de juiste maat) en zetten die met garen vast tegen de achterkant van het vilt. Dan ziet dat er aan de achterkant ongeveer zo uit:


Diezelfde mensen met zaag en schuurpapier hebben natuurlijk ook een net stukje lat over voor het bovenste stukje en hoeven daar niet iets in elkaar te klussen van lege pamperdozen. 

Helemaal bovenin vouwe en stikke men een lusje om de kerstboom aan op te hangen en twee zakjes om een latje verticaal in te plaatsen, zodat de punt van de kerstboom fier de lucht in steekt. In close-up ziet dat er ongeveer zo uit:


Ik was uitermate tevreden met mijzelf en mijn eigen prestaties. Aai over mijn bol! Veer in mijn kont! S. was een stuk minder te spreken over mijn activiteiten op de avond voor vertrek. "Zou je niet je koffer inpakken", informeerde hij voorzichtig. En, vroeg hij zich af: "Hoe gaan we die kerstboom eigenlijk meenemen?"



We hebben de kerstboom opgerold, in een vuilniszak gestoken en die heel voorzichtig in het overhead compartment gelegd. Dat overleefde de boom. De boom overleefde ook de tuktuktocht naar het hotel. En de boottocht naar Phnom Penh, en de busritten van en naar de kust. Zelfs de vliegreis naar huis overleefde de boom. En nu denkt de oplettende lezer dat de boom in de taxi terug naar huis finaal aan diggelen werd geslagen tussen onze twee enorme backpacks, maar niets is minder waar. De Boom leeft en ligt opgerold in de kast te wachten op volgend jaar. In 2012 zal S. eindelijk zijn droom in vervulling zien gaan.

Veer voor mij!


Kerstboom @ The Villa, Siem Reap. De ornamenten zijn met spelden aan het tule bevestigd. De boom is dan ook ruim buiten baby-bereik opgehangen.


Kerstboom in The Kabiki, Phnom Penh


Kerstboom in The White Mansion, Phnom Penh. Let vooral ook even ter linkerzijde op de kastenwand. We mochten een trappetje lenen.


Kerstboom in The Vine Retreat, Kep, met op de achtergrond onze houten wanden (zie het licht erdoorheen schijnen).


Maar onze import-boom kon niet op tegen de eigen kweek van het Raffles Le Royal.

woensdag 8 februari 2012

Singaporeans do things differently: taxi drivers

I apologize for re-hashing a well-known expat frustration and, I suspect, a local frustration as well. Because really, wouldn't you expect a taxi driver to know how to get somewhere?

This morning I got into a cab and told the driver to go to Niven Road, near Selegie Road. He drove off while looking thoughtfully and at the traffic lights said: "Nathan Road is not near Selegie Road, is next to River Valley Road."
So, using my Most Patient tone of voice I said: "Ni-VEN Road, yes, VERY near Selegie Road."
"No no", he replied, also Very Patiently, because obviously the foreigner doesn't know the city and isn't able to pronounce the names of the roads properly: "NA-than Road, River Valley. There is no NI-then Road."
The thing is, by now I know the odds are in my favour when getting into disputes with taxi drivers. Besides, I had looked up the address and it existed. So, I insisted: "Yes, there is. N-I-V-E-N. Near Selegie Road."
He said what all Singaporean cabbies say: "You tell me how to get there."

The thing is, I am geographically challenged. I do not know how to get to places. Which is why I take cabs if I need to be anywhere on time (no, I still don't actually manage to pull the whole being on time thing off, but at least I get to blame it on the cabbies). Also, Singapore, at least the part I operate in, is a maze of one-way-streets and short cuts, which means that even carrying a map is futile since the obvious route might for several reasons (such as building sites sprawling out into the street, road works or obscure religious festivals) be blocked. All of this would make a knowledgeable cabby worth his or her weight in gold.

And they should be knowledgeable. According to one such golden cabby (they do exist!) all taxi drivers must take an exam on traffic rules, taxi regulations and Singapore's roadmap. "It's a big city", many of the not-so-golden boys defend themselves (the few female taxi drivers I've met so far, were in fact all pure gold).

So too the cab driver who took me to Niven Road. "It's a very small road", he pointed out to me, as we turned in. The thing is though, that once I managed to convey my absolute certainty that this road existed and that I was going there even though I had no clue how to actually get there, he drove me straight to it. While apologizing for the misunderstanding. So he did know where it was, after all.

I mulled this over.

And this is what I came up with: it's to do with quality of service. Now, I am Dutch and therefore not used to any sort of quality in service. I am grateful if I get served at all. In Singapore however the people providing the service want to make absolutely sure I'm getting exactly what I wanted, down to the route chosen to go to my destination and the particular spot in which I'd like the car to stop (once a taxi driver circled around a block when he had missed the exact spot I said "please stop here"). This is, as you might imagine, quite an adjustment.

So if you please excuse me, I am busy learning Singapore's topography by heart to enable the cabbies to give me the service they aspire to.

maandag 6 februari 2012

Waarom is de Aziatische vrouw niet sexy?

Vrijdagavond bezocht S. met zijn collega's het Singaporese uitgaansleven. Een ingevlogen collega was single en zoekende, en zo geraakten zij in Orchard Towers, de lokale vleesmarkt. Het schijnt dat Chinese Singaporezen hun helpers geen vrije dag gunnen, omdat ze bang zijn dat ze in deze mall gaan bijklussen. Of het waar is, weet ik niet, want alle mensen die ik ken houden zich gewoon netjes aan de regels voor werkgevers.

S. kwam, zoals altijd, enigszins teleurgesteld thuis. "Aziatische vrouwen zijn helemaal niet zo aantrekkelijk", mopperde hij. Nu is dat natuurlijk niet waar - de stad is vergeven van bloedmooie Aziatische vrouwen. S. vrolijkt altijd op als we naar een feestje bij mooie mama N. gaan of zwemmen bij diens beste vriendin maman M. (die het bijkomende voordeel heeft dat S. over stereo-apparatuur kan praten met haar hifi-onderlegde echtgenoot). 

Aziatische vrouwen hebben prachtige slanke benen, en dragen daarom veelal heule korte broekjes en babydoll jurkjes (niet rokjes, grappig genoeg, rokjes zijn altijd tot op de knie). Ook naar het werk. Ook als ze de dertig gepasseerd zijn. 



In de MRT, onderweg van S.' kantoor naar huis. Ook nerdy studentenmeisjes dragen overigens hot pants - een beetje zoals in Nederland iedereen spijkerbroeken draagt.

Aziatische vrouwen zijn niet zo lang - om hun benen dus optimaal te etaleren, dragen ze ook vaak heule hoge hakken (en dan nog steek ik er met mijn Hollandse kop decimeters boven uit). In hun handtasje nemen ze dan platte sandaaltjes mee, om op te lopen.


Wat Aziatische vrouwen dan weer niet hebben, zijn rondingen, wat ik ontdekte toen ik beha's ging kopen. Alle beha's waren gevuld, gevormd, gedrilld en gelift om het minimum aan voorgevel zo gunstig mogelijk naar voren te laten springen ("From AA to C instantly by wearing this bra!" kondigde Triumph met grote letters aan.) En dan nog is een decent decollete ver te zoeken - Aziatische vrouwen geven de voorkeur aan hooggesloten bloesjes en topjes.


Dit is overigens geen ontdekking mijnerzijds. In de Culture Shock gids die mijn ouders meenamen toen zij eind jaren zeventig richting Azie vertrokken, stond al een variant van onderstaande cartoon:


Aangezien S. zijn begerig oog op mij heeft laten vallen, moge het duidelijk zijn dat zijn dierlijke lusten minder door lange, slanke benen, dan wel door zaftige rondingen worden opgewekt. Dus zo gek is het niet dat de Aziatische vrouw niet al te zeer op zijn hormonen werkt. 

Zelf heeft hij een andere verklaring: "Ze lopen als eenden." Het is waar. Deze magnifieke vrouwen, hooggehakt en kortgebroekt, met lang zwart glanzend haar en grote, amandelvormige ogen, waggelen zich voort. Europese vrouwen krijgen het heupwiegen en "spoorlopen" met de paplepel in gegoten (kijk maar naar de eerste dertig seconden van dit filmpje uit Fellini's Amarcord:



La Gradisca, die liep als een locomotief met immer draaiende rondingen!)

Zo niet de Aziatische vrouwen. Zij planten hun voeten stevig naast elkaar bij elke stap, precies zoals mijn Cesar-therapeute het mij ook trachtte aan te leren ("want dat is echt veel beter voor je rug"). Ze houden hun heupen strak in bedwang, zetten er flink de pas in, en zien er zo, zelfs in babydoll op stilettohakken en met dikke lagen mascara op hun gezicht, uit als brave meisjes om aan je ouders voor te stellen - niet helemaal waar S.' collega op hoopte bij zijn bezoek aan Orchard Towers.

vrijdag 3 februari 2012

Project Aziatisch Eten: Carrot Cake!

De Singaporezen eten carrot cake als ontbijt. Jum, dacht ik toen ik dat las. Maar niet zo jum toen ik het een keer bestelde:


Dit is white carrot cake. Er is ook black carrot cake: die ziet er hetzelfde uit, maar is, zoals de naam al suggereert, zwart. Carrot cake of chai tow kway maak je door van koolraap en rijstmeel een koek te bakken, die in stukjes te snijden, in een eimengsel te dopen en vervolgens te frituren. De zwarte variant (char kway) dankt zijn kleur aan het toevoegen van zoete sojasaus.

Dit is niet het gerecht dat ik heb gemaakt.

Het was Chinees Nieuwjaar, lokaal het traditionele moment om bonussen te vergeven. Onze Sara hadden we al een rood envelopje met inhoud toegestopt, maar we prakkizeerden nog over de receptie. Ook een envelopje? Nee, zeiden S. en zijn collega's. Niks dan? Nee, zei mijn geweten. Ik klets regelmatig met ze, en ze helpen me met allerlei kleine dingen, zoals het sjouwen van boodschappen, het printen van vliegtickets en het vergaren van informatie die het dagelijks leven makkelijker maakt (zoals dat de supermarkten tijdens Chinees Nieuwjaar dicht zijn. Shock. Dichte winkels. In Singapore. Nog niet eerder meegemaakt). Dus ik vond wel dat we ze iets moesten geven.

Dat werd dus een carrot cake. Maar dan de variant die multi-talent E. met haar vaardige handen bijna de vitrine van de Hema in bakte - hij strandde in de halve finale. In plaats haar versiering met marsepeinen wortels te kopieren, besloot ik de hele taart oranje te verven met waterglazuur.



Vervolgens ontdekte S. op eerste Nieuwjaarsdag dat de collega waar we tweede Nieuwjaarsdag zouden gaan barbecuen jarig was. Cadeautje mee - maar de winkels waren dicht. Gelukkig had ik ruim ingredienten ingeslagen. Ik bakte dus een tweede carrot cake. (Tot grote vreugde van de vriendin van de jarige Job, wiens muffins waren mislukt en die zich bij gebrek aan supermarkt de haren uit het hoofd trok - wij zijn niet meer gewend aan zulke primitieve omstandigheden.)






Toen sms-te mooie mama N. Zij was net terug uit Vietnam, waar ze de as van haar moeder aan een tempel had toevertrouwd. Of we misschien even langs wilden komen? Naar een treurig huishouden vertrek je niet met lege handen - dus schoof ik de bakvorm voor de derde keer de oven in. Maar oranje leek me niet zo'n geschikte kleur, dus gebruikte ik de mascarpone-vulling als versiering. Ook lekker.



Het recept geef ik niet, want dat is niet van mij - wie de naam van de Baksel Queen wil weten om haar gepaste eer te brengen en de geheime ingredientenlijst te ontfutselen, kan hieronder reageren!