donderdag 10 november 2011

Van het kastje en de muur

Status idioot triathlonplan: Ik moet dat toch planmatiger aan gaan pakken. Of E. moet niet meer om kwart voor zes wakker worden, natuurlijk, dat zou ook helpen. De yoga gaat gestaag voort, vooral omdat ik "een moment voor mijzelf" heb verruimd naar "een moment waarop E. zichzelf lijkt te vermaken op een niet-potentieel-levensbedreigende wijze". Maar ik vrees dat ik er niet het uiterste aan ontspanning uit haal.

Vandaag een blog-uit-de-losse-pols, want we hebben een drukke dag (Positive Focus, boodschappen en cadeautjes kopen, playdate en daarna een verjaardag) en ik heb niks voorbereid. Ik had gisteren een extra stukje willen tikken, maar de dag vervloog met een gezellig maar uiteindelijk nutteloos bezoekje aan de bank bij Simons kantoor (ik kreeg wel een mango-smoothie van Simon, dat was het gezellige deel). Volgens de brochure was het een eitje om een extra pinpas aan te vragen voor zijn bankrekening. De realiteit was een tikje anders.

Bank: "So you want to convert your account to a joint account?"
Ik wil gewoon een pinpas.

Bank: "You can only apply for an extra debit card if you convert the account."
Jeetje, maak er dan een gezamenlijke rekening van.

Bank: "For the conversion, I need to see your marriage papers."
We zijn niet getrouwd maar onze relatie is officieel goedgekeurd en die papieren liggen thuis.

Bank: "Well, how about a letter of residence?"
Het huis staat op naam van Simon. Maar kijk, ik heb een verblijfsvergunning!

Bank: "Your pass is not enough prove you live in Singapore. It has no address."
Oh.

Bank, met valse glimlach: "Well, we hope to see you again soon."

Singapore ziet er gelikt en Westers uit, maar krab je het laagje vernis weg, dan blijkt er een traditioneel Aziatisch labyrint van bureaucratie onder schuil te gaan. Het verschil is niet de onbuigzame houding van de persoon achter de balie - dat is in Nederland niet anders. Maar dan had je wel in de brochure kunnen lezen wat je mee moest brengen om je aan te melden. Wellicht is dat onze bekende directheid, maar dat is ook waarom buitenlandse zakenlieden zo graag zaken doen bij ons - je weet tenminste waar je aan toe bent.

Afgelopen weekend was ik op een Hollandsche barbeque (in een Heel Mooi Huis) waar verschillende vrouwen-van mij vertelden dat ze een eigen bedrijfje waren gestart. "Doen ze helemaal niet moeilijk over hier", zeiden de yogalerares en de inburgeringsmevrouw. Dat lag een tikje anders voor de gewezen journaliste: "Ze hebben me twee keer afgewezen en ach, binnenkort gaan we toch naar huis." Er zijn geen algemene regels, legde een Permanent Resident mij uit. En een langetermijnvisie is noodzakelijk. "De overheid bekijkt het van geval tot geval. Nu komen er verkiezingen aan, dus nu zijn ze wat strenger. Maar over een jaar of twee is er weer veel meer mogelijk."

De bureaucraten houden hier ook van stempels. En van loketten. Toen ik de verblijfsvergunning van E. en mijzelf op ging halen (saillant detail: E. heeft dus wel de begeerde vergunning waarmee je een bedrijf mag oprichten en kunt gaan werken) checkte een vriendelijk glimlachend geüniformeerd meisje mij op de zelf-incheck-machine bij de deur in. Vervolgens lichtte een groot plasmascherm op boven de centrale balie (die nog het meeste leek op de set van Star Trek Enterprise) met daarop onze naam en de tekst: "WELCOME. PROCEED TO ANY AVAILABLE COUNTER". Ik koos de jongeman met het hipste haar in het hele gebouw en de stevige, vierkante bril die direct afkomstig leek van een Italiaanse catwalk.

Daar aangekomen kreeg ik op elk van de vier papieren die ik voor ons beide mee moest nemen (letter of approval, uittreksel uit geboorteregister, kopiën van paspoorten) drie stempels, twee groene en een rode, waarvan één stempel werd geautoriseerd met een handtekening en een andere met een paraaf. (Eén stempel hoefde blijkbaar niet te worden verantwoord.)

De stapel werd aan elkaar geniet en ik mocht op zaterdagochtend terugkomen om de passen op te halen. Dat kon bij de grijs-met-grijzig groene afhaalbalie: vier vrouwen van middelbare leeftijd, met praktische kapsels en ditto schoeisel in beige-met-grijzig-groene pakjes, beheerden een stuk of twintig plastic mandjes met daarin op alfabet gesorteerde kartonnen kaartjes waar met een paperclip hippe plastic verblijfsvergunningen aan vast zaten. Het was even lastig om E. en mij terug te vinden (zij zat bij de W van mevrouw 4 en ik bij de D van mevrouw 2) maar gelukkig had ik al vaker met dat bijltje gehakt en wist ik dat de R (mevrouw 3) niks zou opleveren.

Maar eerlijk is eerlijk, tien minuten later liep ik wel met twee verblijfsvergunningen naar buiten. (En mag ik daaraan toevoegen dat het desbetreffende gebouw werkelijk de mooiste lift van heel Singapore bezit?) En ons appartementengebouw heeft mij een letter of residence verstrekt. Dus die bankrekening komt volgende week ook gewoon. Misschien is het juist wel wennen dat het hier allemaal zo goed geregeld is?

6 opmerkingen:

  1. Nee, dan Libanon. Als je daar een tweede bankpas aan wil vragen (toevallig ook vandaag!), moet je om uberhaupt aan de beurt te komen bij de vorige klant aan tafel aanschuiven. Letterlijk! Er is een belangrijk doende man met een tafeltje en twee stoelen. Voorgaande klant zit op de ene stoel en jij als nieuwe klant neemt de andere stoel zodat je fijntjes mee kunt luisteren wat er allemaal wordt besproken met de vorige klant. Doe je dit niet, dan wordt je overgeslagen. Voorgaande klant legde mij nog uit 'this is how we do it in Lebanon'.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Maar de hamvraag is dan natuurlijk: heb je die bankpas gekregen? (Of is de hamvraag: hoe staan de financiële zaken van je stadgenoten?)

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Hmm, mag je überhaupt hamvragen stellen in Libanon, eigenlijk?

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Hamvragen worden hier voortdurend gesteld. Hier wordt de koe echt bij de horens gevat (men weet hier: morgen is de koe wellicht niet meer) en het maakt ook niet uit dat jan en alleman meeluistert. De bankpas ligt volgende week klaar.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Het verhaal heeft ook verdacht veel weg van de beruchte Belgische bureaucratie. Voordat ik daar een officiële verblijfskaart had, waren we ook véle uurtjes, miscommunicaties en irritaties verder. En wij, de mensen van het districtshuis en ik, spraken nog dezelfde taal en woonden in (nog wel) dezelfde (Europese) Unie. Grenzen bestaan, zoveel mag duidelijk zijn! Oh, en in België zou je trouwens ook bij de D liggen, Katrijn.

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Ja, en dan mag ik die D ook met een hoofdletter spellen toch? Dat is dan wel weer leuk. In Ierland lag ik ook altijd bij de D, dat was in het begin een beetje verwarrend. Maar daar hoefde ik slechts éénmaal, op de universiteit, met een papiertje te zwaaien en was alles geregeld. Ach ja, die goede oude Europese Unie... :-D Laten we de Grieken en de Italianen gewoon vergeven! Zoals een Braziliaanse topman recentelijk met een gelukzalige glimlach van leedvermaak opmerkte: "Het is niks anders dan wat Latijns-Amerika in de jaren tachtig heeft meegemaakt. En kijk eens hoe goed het ons nu gaat."

    BeantwoordenVerwijderen