woensdag 16 november 2011

De ziel van de expat

Afgelopen jaar toerde het toneelstuk "Expats" door Nederland. We zijn er niet heen geweest. Ook toen ik op zoek ging naar blogs van Nederlanders over Singapore kwam ik allerlei beschrijven en typeringen van expats tegen. (Voor de mensen die door klikken: vooralsnog val ik dus in de categorie niet-helemaal-de-bedoeling-niet-werkende vrouw.)(En voor de mensen die van kleine wereldjes houden: de reisgenoten in deze aflevering zijn de collega van S. en diens vriendin, waar wij afgelopen zaterdag op kraamvisite waren.)

Trefwoorden in vrijwel alle beschrijvingen: zwembad, koffie drinken, tennissen, golfen, kinderen, shoppen, reizen. De meeste mensen maken goed gebruik van het feit dat Singapore de hub voor Zuidoost-Azië is. Ik ben hier natuurlijk nog maar pas, maar mij viel nog iets anders op. Mensen, expats, zijn ongelooflijk open.

Zo weet ik dat een Hongkongse moeder* vorige week via internet 180 ovulatiestaafjes heeft aangeschaft, dat drie stellen hun kindje via IVF hebben gekregen vanwege leeftijd en vroegtijdig verschrompelende eitjes, dat een Scandinavische expatvrouw na tien jaar vruchteloos proberen een Indiase surrogaatmoeder inschakelde en vervolgens zelf zwanger werd (haar leven met twee kindjes van zeven en van tien maanden oud is behoorlijk hectisch) en vertelde een stevig, Duits klinkend moeke in de lift van Tanglin Mall dat haar bekroeshaarde babietje "waarschijnlijk acht maanden oud was - ze is gisteren pas aangekomen uit Afrika". En dat het haar vierde kindje was, en dat de eerste drie wel eigen kweek waren. Toen stopte de lift op onze verdieping.

Maar de openheid beperkt zich niet tot de voortplanting.

"Het is niet mijn verhaal! Daar ga ik niet over!", hoorde ik een Britse vrouw aan de telefoon zeggen in een lunchroom. Ze zag mij kijken. "Ik ben choreografe", legde ze uit. Een Singaporees theatergezelschap had haar ingehuurd om voor hun theaterstuk de dans te maken. Maar nu was de hoofdrolspeelster ontevreden en vond dat het verhaal anders moest en dus dat de dans moest worden aangepast. Eigenlijk zit het anders, vertrouwde de Britse mij toe. "Ze blijkt helemaal niet zo goed te kunnen dansen. Maar ze hebben me ingehuurd omdat ze vonden dat ik mooi werk maakte en ze wilde dat ik alles uit de kast haalde. So I'm damned if I do and damned if I don't." Ze schudde haar hoofd, koerde naar E. en vertrok om haar zaakjes in alle rust verder te regelen.

"Ik hoop dat het niet nog eens zeven jaar duurt voor ik over déze heimwee heen kom", verzuchtte een Roemeense vandaag in de taxi die we deelden. Ze had de afgelopen vijftien jaar in Japan gewoond en dat land is haar grote liefde. Maar de baan van haar Franse echtgenoot (de Japanse kandidaat had ze na zeven jaar de laan uit gestuurd omdat hij definitief geen kinderen wilde) heeft haar naar Singapore gebracht. "Hij heeft nooit Japans geleerd", verklaarde ze met verdacht vochtige ogen. "Dus de kans is klein dat we terug zullen gaan."

Na een weekendse lunch met collega's van S. viel een verzadigde stilte. "Denken jullie dat homoseksualiteit genetisch of aangeleerd is?" vroeg een Singaporese collega de verzamelde disgenoten. Homoseksualiteit is bij wet verboden in Singapore. Wij keken haar verbijsterd aan. Maar het zat haar hoog. "Ik denk dat het genetisch is. Mijn nichtje is lesbisch. En die is echt niet anders opgevoed dan mijn neefje."

Gelukkig blijven sommige mensen ook hetzelfde. Gisteren hebben E. en ik geluncht bij het lokale Google-kantoor, waar oud-studiegenoot B. uit Ierland zich al twee jaar over strategie en omzettargets blijkt te buigen (hij is de trotse bezitter van een eervolle master in Politieke Geschiedenis). Ieren zijn, in tegenstelling tot hun vrolijke reputatie, enorm gesloten als het om het privéleven gaat. Ze ontwijken alle persoonlijke vragen met een kwinkslag - daar komt die reputatie vandaan. E. en ik hebben ons dus kostelijk vermaakt. Maar hoe het nu eigenlijk met hem gaat?


Dit is niet de collega die geïnteresseerd was in homoseksualiteit. E. at geen dumplings, maar brood met pindakaas. Ik at wel dumplings en die waren heel lekker.

*Het expat-leven is niet voorbehouden aan Westerlingen. Er zijn ook expats en hoogopgeleide kenniswerkers uit Vietnam, Hong Kong, India, Japan en andere Aziatische landen. Afrikanen en Zuid-Amerikanen heb ik nog niet veel gezien.

2 opmerkingen:

  1. Zou het kunnen dat de openheid van expatriates samenhangt met het -onbewust- willen voorkómen van het expatsyndroom (ontheemding ervaren in het land van herkomst)? De verklaring zou dan zijn dat hoe opener je je opstelt in het vreemde land tegenover lotgenoten, des te groter is de kans op ervaren van eigen identiteit die je kunt vasthouden bij terugkeer. Let op: hier spreekt de psycholoog in mij haha.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Het zou me niks verbazen als het zo werkt, geachte herr doctor psycholoog (oei, dit blog wordt wel door een hoog gehalte aan doctoren bezocht, realiseer ik mij ineens. Ai ai, de lat moet hoger!). In ieder geval is het zo dat vriendschappen veel sneller opbloeien dan de keren dat ik binnen Nederland verhuisde. En wellicht is het aanstekelijk, want S. collega is wel een local. Tegelijkertijd gaat het ook weer niet zo snel als toen ik nog studeerde. En in de lift je adoptieperikelen bespreken met drie complete vreemden vind ik toch een beetje raar. Al moet ik eerlijkheidshalve bekennen dat ik er ook naar vroeg... Maar dat mensen dan gewoon antwoord geven!

    BeantwoordenVerwijderen