zondag 6 november 2011

Bent u homo?

Status idioot triathlonplan:12 km gewandeld in MacRitchie Reservoir, met toenemende snelheid naarmate de zon zich richting de horizon bewoog. Het was donker toen we in de bus stapten.

"Dat kun je niet vragen", zei S. geschokt. "Dat ligt heel erg gevoelig bij Indiërs." Ik had op het Singapore Writers Festival aan een Indiase schrijver gevraagd of hij homo was. Dat zat zo: de zwartgelokte, in hemelsblauw overhemd gestoken schrijver had een stukje uit zijn boek voorgelezen waarin de hoofdpersoon luidruchtig verkondigde een battieman te zijn. En hij had daarbij gemeld dat het autobiografisch was. Maar gezien de context - een ingewikkelde taalconstructie waarin het ook over batsman in cricket ging - was enigszins vaag gebleven of hij nu daadwerkelijk op mannen viel of niet.

Nederlanders staan bekend om hun directheid. Ik ben erg Nederlands. Mijn drempel om persoonlijke vragen te stellen is al laag, en als ik ergens als journalist rondloop, is het nog een graadje erger. En het gekke is dat mensen eigenlijk altijd antwoord geven - en dat nog prettig lijken te vinden ook. ("Een gave", noemde een andere auteur op het Festival dat. "Je denkt toch niet dat ik iedereen zomaar antwoord geef als ze iets vragen?" Uhm - eigenlijk dacht ik dat wel. Behalve als je met een CEO praat natuurlijk, of een sporter. Maar die hebben mediatraining gehad.)

Waar ik van schrok, waren de reacties op het blog van Stuff Dutch People Like over Nederlandse directheid. "They can dish it, but they can't take it" was de teneur. Dat is natuurlijk best wel hypocriet van ons. Eigenlijk zijn we dus zeikerds met lange tenen. En nu wil ik best toegeven dat ik lange tenen heb (ook figuurlijk) maar om nu meteen alle 16 miljoen andere Nederlanders van hetzelfde te betichten gaat me te ver. Te meer daar ik er voldoende ken die wel degelijk empathisch en sensitief vermogen hebben. (Zoals S. bijvoorbeeld, die regelmatig in een stuip schiet als ik mijn mond open trek. Hij is sociaal vele malen slimmer dan ik ooit zal worden.)

Dus ik kon het niet taken. Volgens mij zit het anders. Ik denk dat veel buitenlanders de Nederlandse directheid verwarren met gebrek aan subtiliteit. Maar Nederlandse directheid is juist heel genuanceerd en het luistert nauw wat je op welke manier tegen wie zegt. De ene opmerking is de andere niet:

1. Directheid om bestwil. Mijn ouders eindigden hun opvoedkundige tirades altijd met: "Wij zeggen het tenminste tegen je, van een ander zul je het niet horen."
2. Provocerende directheid. Die is bedoeld om een discussie te starten. Ik kan me voorstellen dat een buitenlander niet begrijpt dat het afkammen van zijn land ("In Texas hebben ze toch alleen maar olie en domme oud-presidenten?") eigenlijk een uitnodiging is om dat land met lof te overladen.
3. Huis-, tuin- en keukendirectheid. Mijn Boliviaanse gastzus was geschokt toen ik op haar vraag of een mantelpakje goed stond, antwoordde: "Ja, heel leuk. Past prima. Maar misschien kun je die vorige nog een keer proberen?" (Ik vond mezelf toen eigenlijk wel diplomatiek, omdat ik het desbetreffende opgestijfde bordeauxrode pakje met grote nepgouden knopen echt spuug- en spuuglelijk vond.)
4. Het korte lontje of lompe directheid, als mensen niet de moeite nemen om hun directheid in te kleden in vriendelijke woorden.

Nederlanders kunnen uitstekend al die verschillende vormen van directheid onderscheiden. Ik zie de verontschuldigende blik van vrienden, hoe ze zich schrap zetten voordat ze hun kritiek uiten. Ik hoor de lach in de stem van iemand die een discussie aanzwengelt. Ik weet dat de korte stilte tussen vraag en antwoord wordt gebruikt om na te denken over de juiste formulering.

Buitenlanders kunnen onze directheid niet decoderen. Als ze dan direct terug zijn (dishing it back) vervallen ze vaak in lompheid. Want in de meeste landen ter wereld vallen die twee onder dezelfde noemer. Met als gevolg dat een Nederlander denkt: "hallo, kunnen we even normaal doen?"

Er is nog een complicerende factor, leerde ik op Bessensap. Nederlanders in dialoog haken in op het laatste woord van de zin van de ander. In Zweden en Engeland (en waarschijnlijk ook in België en andere beleefde landen) laten gesprekspartners een pauze vallen om zeker te weten dat de ander is uitgesproken. Zweden en Engelsen vinden Nederlanders dus al onbeleefd nog voordat ze onze woorden hebben gehoord.

De Indiase schrijver stond wel perplex van de vraag. "Weet je wat ze me vroeg?" riep hij geshockeerd naar zijn mede-sprekers. Later gaf mij zijn emailadres om te corresponderen over een aanpalend onderwerp. Terwijl hij mijn boek signeerde, kwam een mooie Indiase vrouw achter hem staan. "We moeten zo weg", zei ze en keek mij doordringend aan. Ze legde haar hand in zijn nek en aaide over zijn zwarte krullen.


Hollands plaatje: Het Venco-rek bij de kassa van Jason's supermarket, waar mijn moeder in de jaren tachtig ook al haar boodschappen deed.

2 opmerkingen:

  1. Ik kan mij niet herinneren dat we in die tijd drop konden kopen?

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ik was ook nogal verbaasd over het droprek! Maar het bewijst maar weer dat je hier werkelijk alles kunt krijgen. Als je bereid bent te betalen, natuurlijk :-) Gisteren waren we naar een hawkers court met een wet market, daarover binnenkort meer. Was erg leuk, en laat een heel ander stuk Singapore zien dan het gelikte expat-gebeuren dat ik tot nog toe zag.

    BeantwoordenVerwijderen