zondag 9 oktober 2011

Life manager T.

Het eerste dat onze life manager T. deed als ze op woensdagmiddag langs kwam, was alle afwas verzamelen die wij verspreid door het huis hadden laten slingeren. Dat deed ze niet omdat wij dat vroegen. Integendeel, ik had haar expliciet gevraagd om dat niet te doen, zodat ze meer tijd zou hebben voor het Echte Schoonmaakwerk. Maar het verschil tussen een schoonmaakster en een life manager is dat die laatste zich niets aantrekt van de wenken van haar werkgevers. Een echte life manager luistert naar hun innerlijke wensen. En S.' innerlijk schreeuwt om een vaatwasser. (Waarbij ik nog wel wil opmerken dat in ons huishouden de taken zo zijn verdeeld dat S. al in geen maanden meer in de buurt van een afwasborstel is geweest en dat zijn innerlijk dus gewoon zijn mond moet houden.)

Life manager T. deed ons ook suggesties: "Nieuw vloerkleed nodig? Ja, heel mooi hoor zo'n antieke pers, maar als E. straks gaat kruipen, krijgt ze ook allemaal antiek stof binnen." En ook het schilderwerk in de gang kon niet op haar instemming rekenen. Ze kende wel een paar mannetjes die ons daarmee konden helpen. Diezelfde mannetjes konden dan ook meteen het bemoste dakterras aanpakken. Allemaal stoere Oostblok vaklui, veel goedkoper dan die Nederlandse luiwammesen - maar wel wit, want de Bulgaarse T. hield zich strikt aan de Hollandse regels.

Bij ons vertrek kreeg T. de wasmachine (dat had ze uitonderhandeld in ruil voor gratis schoonmaakbeurten), al het overgeschoten wasmiddel en de tijgervaren, waar ze ook al een stekje van had gekweekt ("je moet echt beter je best doen met planten", wees zij mij terecht wanneer ze met gieter in de hand weer eens een zielig hoopje groen tot leven probeerde te wekken). We zijn Facebookvrienden.

Nu hebben we Sara. Dat is niet haar echte naam, want haar echte naam is vele malen langer en ingewikkelder met veel i's en a's, maar we mogen haar Sara noemen. Sara hoort bij het appartementencomplex. Elke verdieping heeft een eigen schoonmaakster - Sara doet de 23ste, de onze dus. Ze komt, in tegenstelling tot T., dagelijks langs. Maar ons huis is niet schoner en ons leven niet opgeruimder dan hoe T. ons wekelijks achterliet. Integendeel. Sara laat slingerende afwas staan waar ze die tegenkomt. Zelfs de afwas die ze wel doet, is lang niet altijd schoon (Sara heeft ook een collega die veel beter kan afwassen dan zijzelf, maar die is er niet altijd bij). Aan verplaatsen van stoelen, tafels of tijdschriften doet ze niet. Als ik E.'s eetgerei opruim en halfhartig de etensresten opveeg (E. wil tegenwoordig zelf met lepel eten maar kan dat nog niet), dan laat Sara dat zo. Ik laat E. er dus nu elke ochtend een verschrikkelijke bende van maken, want dan zorgt Sara weer wel dat het pico bello in orde is. Blijkbaar doet ze alleen werk waar ze eer aan heeft. (Ze kan overigens ook puik een bed opmaken. En dat doet ze met één hand, want op de andere arm zit E.)

Ik weet het, sucks to be us, met een dagelijkse schoonmaakster. Maar ik mis T. Ik mis haar verhalen, ik mis haar pogingen om ons op te voeden.

"Twintig jaar lang worden ze gedrild om niet na te denken", verzuchtte een Britse expat-moeder van twee woeste peuters die naarstig op zoek is naar een goede helper (de lokale aanduiding voor een in huis wonende hulp). "En als ze weer bij ons weggaan, wil hun volgende familie ook niet dat ze zelf nadenken. Dus heeft het voor hen geen zin om daaraan te beginnen." Jammer. Ik denk ook niet dat we met Sara Facebookvrienden zullen worden. (Al heeft ze al wel een paar keer geprobeerd het pand te verlaten met E. op haar arm. Gelukkig is E. voorlopig nog erg gehecht aan ons.)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten