dinsdag 25 oktober 2011

Wat ik herken

Mijn schouders zijn ontspannen. Dat is voor het eerst in jaren, misschien wel voor het eerst sinds ik me kan herinneren. Dat komt door het weer. Elke keer als ik een stap buiten de deur zet, voel ik mijn spieren opgelucht adem halen. Natuurlijk, na de derde stap ben ik doorweekt van het zweet, maar dat vindt mijn lichaam niet erg. En mijn voeten al helemaal niet, die hun drang tot naaktlopen jarenlang zagen verliezen van hun extreme kouwelijkheid. De interne thermostaat van dit kerstkindje stond sinds mijn vroegste jeugd (niet toevallig doorgebracht in, jawel, Singapore) afgesteld op standje tropisch*, blijkt nu.

Zo zijn er nog een paar dingen die ik hier herken, of eigenlijk, die me blijken te passen, want herkennen klinkt als een bewuste actie. Het zijn eerder puzzelstukjes die ineens goed vallen.

De geuren, natuurlijk, al staat de neus qua hiërarchie nogal laag op mijn zintuiglijke ladder. Maar ik kon altijd al met ogen dicht een Echte Chinees van een Chinees-Indonesiër onderscheiden (saté en nasi komen niet uit China). Meer nog de planten: Hoge varens, alle varianten bananenbomen, zo her en der een palm, overal orchideeën (bloem en orchidee zijn inwisselbare woorden in Singapore), breedbladig en laaggroeiend gras. Ik krijg uitslag van pas gemaaid gras, wisten jullie dat? Maar niet het gras waar ik in de Botanic Gardens op lag. (Foto's staan op S.' HTC, helaas.) Ik kan ook niet zo goed tegen insectenbeten, maar die ben ik hier nog niet opgelopen. Volgens Neil Humphreys een duidelijk teken dat ik een local ben.

Sommige dingen herinner ik me wel bewust: spring rolls. De eerste avond heb ik een heel mandje vol verorbert. Nog altijd verrukkelijk en niet te vergelijken met die krakerige, taugégevulde Vietnamese pakketten waartoe je in Nederland veroordeeld bent. De struik die voor ons huis stond, een vetplant-achtige met scherpe punten waar sommige mensen eieren in hingen als een soort van versiering (ons huis staat er niet meer, heeft mijn zusje al uitgevogeld bij een eerder bezoek, maar ik ga het adres nog een keertje van dichtbij bekijken). Het oorverdovende getsjirp van krekels en het geschreeuw van aggressieve zwarte vogels, al moet je daarvoor wel naar de parken toe, want in de stad hoor je ze niet. Zwemmen in de regen, wat heel vaak niet mocht omdat het meestal ook onweerde (lieve kinderhaters, sla het volgende plaatje over).


(E. op het balkon terwijl de regen naar beneden gutst en het onweer knetterde. Dat doet haar helemaal niks, en dat is maar goed ook in de lightning capital van de wereld.)

En ik deed één ontdekking. Jarenlang was ik op zoek naar gevulde koekjes met een bepaalde, hele typische smaak, die ik in Nederland nooit tegen kwam. Uiteindelijk dacht ik ze in de Verenigde Staten te hebben gevonden: Fig Newtons. Maar ik had het mis. Van de week kochten we dessert-dumplings bij het food court onder ons huis. (Wij doen ons best om nieuwe dingen te proberen. Zeker met desserts is dat al best wel vaak heel ranzig uitgepakt. Maar we geven niet op.) Het waren red bean bao's. "Gatver", zei S. na zijn eerste hap. Maar ik hoorde het niet, want ik zweefde verzaligd door mijn eigen jeugd. (Ik mocht de zijne ook opeten, terwijl hij E. in bed legde. Hij is best wel lief in die dingen.)

* Standje tropisch is overigens niet te verwarren met standje Griekenland of Turkije, waar ik helemaal niet zo goed tegen bestand ben. Dat is me veel te droog.

vrijdag 21 oktober 2011

E. heeft het warm

"Hoe vind je het hier?" vragen Singaporezen nieuwsgierig, om vervolgens te verzuchten: "Het is vast moeilijk wennen. Het klimaat is echt vreselijk. Zodra ik buiten kom, zweet ik peentjes." Met veel genoegen klagen ze over het weer (31 graden, vochtigheidsgraad tussen 70 en 90%, om de dag een woeste onweersbui, waarna het nog steeds 31 graden is) - wellicht een erfenis van de Britse overheersing, want S. en ik zien het probleem niet zo. We kunnen eindelijk al onze zomerkleren uit de mottenballen halen en we douchen gewoon wat vaker (dat daardoor het warme water regelmatig op is, maakt hier ook niet zoveel uit). Maar E. dan, informeren Singaporese kindervrienden bezorgd. Dat bijna-albino meisje*, zwetend en met rood aangelopen hoofd, overleeft die dit klimaat wel?

Wees gerust - E. houdt nogal van warm.

 

(E. met broek - buiten draagt ze meer kleren dan binnen. Op de achtergrond een schip op drie flatgebouwen. De hele constellatie heet Marina Bay Sands. In het schip huist een casino. Volgens S. kun je in het bijbehorende winkelcentrum je route in 3D uitstippelen. Honderd meter achter mij - niet op foto - staat ons huis.)

E.'s oma draaide toen zij zes weken oud was en haar moeder niet oplette, stiekem de verwarming omhoog en gooide nog een wollen quilt (handgemaakt, in Singapore, de reden ontgaat mij inmiddels geheel of het moet pure handenarbeid-om-de-arbeid zijn geweest) over de wieg. E. sliep, voor het eerst in haar jonge leventje, zes uur aan één stuk. Ook wandelen bleek ineens langer dan tien minuten mogelijk te zijn, mits E. was gehuld in romper, broek, shirt met lange mouwen, sokken, sloffen, jas, dekentje, lakentje, dekentje, kruik, dekje, mutsje-voor-binnen bedekt met mutsje-voor-buiten. En baby-handschoentjes, die we (hoe kan het ook anders?) van oma hadden gekregen. "Ze ziet er zo koud uit," zei de vrouw die mijn hele jeugd lang weigerde om de kachel hoger dan 17 graden te zetten, vrieskou niettegenstaande. "Je trekt maar een trui aan," zei oma-in-spe toen nog stoer. "Hier, nog een paar skisokken voor binnen."

Sindsdien houden wij E. bij voorkeur zo warm mogelijk. Ondanks de vernieuwing van de ketel (de oude dateerde uit 1973) verstookten wij hetzelfde aantal kuub gas als voorgaande jaren. Tot ver in maart stopten wij in E.'s bed tussen haar twee dekentjes ook nog een kruikje-kokend-water (die we middernachtelijks verversten, als de temperatuur buiten onder de 10 graden Celsius zakte). De hele zomer heeft ze in een slaapzak onder een dekentje geslapen. Zelfs nu nog slaapt ze, het zweet dampend op haar voorhoofd, met een rompertje in een slaapzak onder een lakentje terwijl de airco haar kamertje op 25 graden houdt. De standaardstand was 24 graden, maar sinds we het een graad hebben verhoogd, huilt ze 's nachts veel minder.

E. geniet met volle teugen. Ze tijgert door het appartement, ze kukelt van de balkondrempel, ze plonst enthousiast van de zwembadrand het water in (dat was even schrikken), ze kruipt in sneltreinvaart naar spelende kindjes in de Botanic Gardens en ze drinkt gulzig uit haar tuitbeker. Ze bekliedert zichzelf, tafel, vloer en ons met veel genoegen met water en melk, ze hangt als een aapje in exotische planten en ze is gek op Aziatische groente en fruit. (Met name dit enge fruit.)

En ze slaapt. Veel. In bed, in de kinderwagen, in de draagdoek, in papa's armen, op de grond. Duim in de mond, ogen dicht, diepe zucht, klaar. "Wat slaapt ze lekker", zei S. afgelopen zaterdag jaloers. "Dat wordt vast een goede wielrenster." En hij kan het weten, want hij staat twee keer in de week om vijf uur op om te gaan fietsen. Even later was hij kwijt. Ik vond hem in de slaapkamer, lang uitgestrekt met geloken ogen, de vitrage langzaam wuivend op het ritme van de airco.

(E. ligt 60 meter boven een achtbaans snelweg op onnavolgbaar charmante wijze te slapen, terwijl S. en ik (oppassend voor loslopende apen die azen op onze rijstwafel-en-rozijnvoorraad) van het ene park naar het andere oversteken. Deze foto is mooier dan de mijne.)

* Dit bedenk ik niet zelf. In E.'s medische dossier heeft de dokter ergens in de weken na haar geboorte aangetekend: "Erg wit. Maar lijkt geen albino. Vader zelfde."

maandag 17 oktober 2011

Meer huishoudelijke mededelingen

Lieve lezers,

mijn schriftje vult zich met ideeën, mijn telefoon met foto's (al moet ik daar misschien iets aan doen, want ze lijken nogal onscherp als ik ze op groot scherm bekijk), eerste zinnen vallen mij tijdens het wandelen in, dus er komen heus echte berichten op dit blog te staan. Beloofd.

Maar kijk ook eens naar rechts waar twee spiksplinternieuwe rubrieken te bewonderen zijn! "Singapore slogan", omdat flauw echt veel flauwer kan, en "Tropisch plaatje" voor datgene dat slechts weinig woorden behoeft. (Jaja, míjn variant van weinig woorden, maar wel de algemeen geaccepteerde rechterkant, want dat heb ik net gecheckt met de befaamde "als je je handen voor je houdt vormt de linkerhand de L van Links"-methode. Ik ken mijzelve, zoals de Griekse wijsgeren al aanbevielen.)

En zie boven, waar een pagina Helemaal Aan Mij is gewijd! Met een hopeloos verouderde foto toen ik nog straffeloos van onderaf gefotografeerd kon worden! Kortom, genoeg leesvoer. Bovendien heb ik mijn eerste opdrachten binnen en moet ik zowaar Aan Het Werk. Morgen ga ik zelfs Echte Correspondenten ontmoeten op een daadwerkelijk Congres over de Aziatische Eeuw (nee, daar mist geen letter, dat is een ander continent).

Dus ik moet bloesjes strijken. En een rokje. Want die verfrommelde vodjes waar ik de afgelopen weken tot groot genoegen van mijzelve in rond gestruind heb, die kunnen nu natuurlijk niet meer.

Het begint hier zowaar op een leven te lijken.

maandag 10 oktober 2011

E. heeft dorst

E. heeft weer een ritme. Deze terugkeer van het 's nachts slapende, goed geluimde minimensje hebben we, naar wij vermoeden, te danken aan haar ontdekking van de werking van de tuitbeker. Die tuitbeker was lange tijd een bron van frustratie voor haar moeder. Want het consultatiebureau had zeer voorzichtig gesuggereerd dat mits kind er klaar voor was er een mogelijkheid zou kunnen zijn dat ze misschien wel uit een tuitbeker* kon drinken. (Ons consultatiebureau deed alleen suggesties als ik er expliciet naar vroeg, we hoefden ons nooit zorgen te maken en zowel E. als wij deden het altijd goed. Maar een moederoor proeft natuurlijk subiet de stalen eis die achter zoveel omzichtigheid schuil gaat.)

(Dit is niet de tuitbeker in kwestie.)

Maar dat deed E. dus niet. (E. doet alleen dingen waar zijzelf het nut van in ziet. Kruipen: ja. Staan: nee. In mama's been bijten: ja. Waarom? Geen idee. Maar de tuitbeker viel dus duidelijk in de categorie: niet nuttig.) Oudtante W. stelde voor om de tuitbeker te vullen met zaken die E. lekker vindt, in casu: lauwe Minty Marocco-thee. Dat werkte. Eén keertje. Mierzoete appelsap werkte in het vliegtuig ook één keer. Maar alle pogingen daarna eindigden in op de grond gedeponeerde tuitbekers, een huilende E. en een grote plas plakkerige troep op het vloerkleed.

Ondertussen was E. ritmeloos, moeder radeloos en vader naar zijn werk (nee, niet werkeloos, de bofkont). Tot ineens het kwartje viel, op een warme zondagmiddag in de National Orchid Garden in de Botanical Gardens van Singapore. We waren aan het wandelen tussen het tropische groen, de zon schroeide de aarde, E. begon te zeuren en het enige speeltje dat we bij ons hadden was de tuitbeker. Die E. aan haar mond zette, leeg slurpte, om vervolgens na een tevreden boer in slaap te vallen.

En sindsdien heeft ze weer een ritme. En een immer gevulde tuitbeker bij de hand. Die ze, als ze genoeg gedronken heeft, met veel genoegen omkeert om vervolgens met de platte platte handjes in de zo ontstane plas water te slaan.** Soms is die leercurve best wel steil, ineens.

* Voor aanstormende moeder-talenten: je kunt uit een anti-lekbeker het plastic dingetje slopen en dan heb je een gewone lekt-wel-beker maar E. had dat nodig om te snappen dat er iets ín de beker zat dat eruit kon komen.
** Je kunt het plastic dingetje weer terug in de deksel frutselen en dan is het weer een anti-lekbeker, maar E. krijgt er dan geen water uit.

zondag 9 oktober 2011

Life manager T.

Het eerste dat onze life manager T. deed als ze op woensdagmiddag langs kwam, was alle afwas verzamelen die wij verspreid door het huis hadden laten slingeren. Dat deed ze niet omdat wij dat vroegen. Integendeel, ik had haar expliciet gevraagd om dat niet te doen, zodat ze meer tijd zou hebben voor het Echte Schoonmaakwerk. Maar het verschil tussen een schoonmaakster en een life manager is dat die laatste zich niets aantrekt van de wenken van haar werkgevers. Een echte life manager luistert naar hun innerlijke wensen. En S.' innerlijk schreeuwt om een vaatwasser. (Waarbij ik nog wel wil opmerken dat in ons huishouden de taken zo zijn verdeeld dat S. al in geen maanden meer in de buurt van een afwasborstel is geweest en dat zijn innerlijk dus gewoon zijn mond moet houden.)

Life manager T. deed ons ook suggesties: "Nieuw vloerkleed nodig? Ja, heel mooi hoor zo'n antieke pers, maar als E. straks gaat kruipen, krijgt ze ook allemaal antiek stof binnen." En ook het schilderwerk in de gang kon niet op haar instemming rekenen. Ze kende wel een paar mannetjes die ons daarmee konden helpen. Diezelfde mannetjes konden dan ook meteen het bemoste dakterras aanpakken. Allemaal stoere Oostblok vaklui, veel goedkoper dan die Nederlandse luiwammesen - maar wel wit, want de Bulgaarse T. hield zich strikt aan de Hollandse regels.

Bij ons vertrek kreeg T. de wasmachine (dat had ze uitonderhandeld in ruil voor gratis schoonmaakbeurten), al het overgeschoten wasmiddel en de tijgervaren, waar ze ook al een stekje van had gekweekt ("je moet echt beter je best doen met planten", wees zij mij terecht wanneer ze met gieter in de hand weer eens een zielig hoopje groen tot leven probeerde te wekken). We zijn Facebookvrienden.

Nu hebben we Sara. Dat is niet haar echte naam, want haar echte naam is vele malen langer en ingewikkelder met veel i's en a's, maar we mogen haar Sara noemen. Sara hoort bij het appartementencomplex. Elke verdieping heeft een eigen schoonmaakster - Sara doet de 23ste, de onze dus. Ze komt, in tegenstelling tot T., dagelijks langs. Maar ons huis is niet schoner en ons leven niet opgeruimder dan hoe T. ons wekelijks achterliet. Integendeel. Sara laat slingerende afwas staan waar ze die tegenkomt. Zelfs de afwas die ze wel doet, is lang niet altijd schoon (Sara heeft ook een collega die veel beter kan afwassen dan zijzelf, maar die is er niet altijd bij). Aan verplaatsen van stoelen, tafels of tijdschriften doet ze niet. Als ik E.'s eetgerei opruim en halfhartig de etensresten opveeg (E. wil tegenwoordig zelf met lepel eten maar kan dat nog niet), dan laat Sara dat zo. Ik laat E. er dus nu elke ochtend een verschrikkelijke bende van maken, want dan zorgt Sara weer wel dat het pico bello in orde is. Blijkbaar doet ze alleen werk waar ze eer aan heeft. (Ze kan overigens ook puik een bed opmaken. En dat doet ze met één hand, want op de andere arm zit E.)

Ik weet het, sucks to be us, met een dagelijkse schoonmaakster. Maar ik mis T. Ik mis haar verhalen, ik mis haar pogingen om ons op te voeden.

"Twintig jaar lang worden ze gedrild om niet na te denken", verzuchtte een Britse expat-moeder van twee woeste peuters die naarstig op zoek is naar een goede helper (de lokale aanduiding voor een in huis wonende hulp). "En als ze weer bij ons weggaan, wil hun volgende familie ook niet dat ze zelf nadenken. Dus heeft het voor hen geen zin om daaraan te beginnen." Jammer. Ik denk ook niet dat we met Sara Facebookvrienden zullen worden. (Al heeft ze al wel een paar keer geprobeerd het pand te verlaten met E. op haar arm. Gelukkig is E. voorlopig nog erg gehecht aan ons.)